10.8.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 262/10
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Augstākā tiesa (Letland) op 8 juni 2015 — ZS „Ezernieki”/Lauku atbalsta dienests
(Zaak C-273/15)
(2015/C 262/14)
Procestaal: Lets
Verwijzende rechter
Augstākā tiesa
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: ZS „Ezernieki”
Verwerende partij: Lauku atbalsta dienests
Prejudiciële vragen
1)
Is de toepassing van de in artikel 71, lid 2, van verordening nr. 817/2004 (1) bedoelde rechtsgevolgen op steun voor milieumaatregelen in de landbouw die is toegekend voor een aanvankelijk aangegeven deel van een oppervlakte ten aanzien waarvan gedurende vijf jaar is voldaan aan de voorwaarden voor de toekenning van die steun, verenigbaar met de doelstelling van verordening (EG) nr. 1257/1999 (2) en verordening (EG) nr. 817/2004 en het evenredigheidsbeginsel?
2)
Moet artikel 17 juncto artikel 52 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie aldus worden uitgelegd dat daarmee verenigbaar is de toepassing van de in artikel 71, lid 2, van verordening nr. 817/2004 bedoelde rechtsgevolgen op steun voor milieumaatregelen in de landbouw die is toegekend voor een deel van een oppervlakte ten aanzien waarvan gedurende vijf jaar is voldaan aan de voorwaarden voor de toekenning van die steun?
3)
Moet artikel 52 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie aldus worden uitgelegd dat kan worden afgeweken van de toepassing van de rechtsgevolgen die volgens een verordening en de door de lidstaat overeenkomstig die verordening vastgestelde regels verplicht is, indien er in het concrete geval sprake is van bijzondere omstandigheden waarin de betrokken beperking als onevenredig moet worden aangemerkt?
4)
Is de bodemrechter gelet op de doelstelling van de verordeningen nr. 1257/1999 en nr. 817/2004 en de door die verordeningen aan de beoordelingsmarge van de lidstaten gestelde grenzen gerechtigd om geen volledige toepassing te geven aan artikel 84 van besluit nr. 295 van de ministerraad van 23 maart 2010, „Besluit inzake de toekenning en het beheer van en het toezicht op staatssteun en steun van de Europese Unie voor landbouwontwikkeling ter verbetering van het agrarische en natuurlijke landschap”, dat ziet op de terugbetaling van steun, indien de toepassing ervan in de concrete omstandigheden van de zaak in strijd is met het evenredigheidsbeginsel, zoals uitgelegd in de rechtsorde van de lidstaat?
(1) Verordening (EG) nr. 817/2004 van de Commissie van 29 april 2004 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van verordening (EG) nr. 1257/1999 van de Raad inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL) (PB L 153, blz. 30).
(2) Verordening (EG) nr. 1257/1999 van de Raad van 17 mei 1999 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL) en tot wijziging en instelling van een aantal verordeningen (PB L 160, blz. 80).
Full & Egal Universal Law Academy