10.8.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 262/11
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Harju Maakohus (Estland) op 10 juni 2015 — Irina Nikolajeva/OÜ Multi Protect
(Zaak C-280/15)
(2015/C 262/15)
Procestaal: Ests
Verwijzende rechter
Harju Maakohus
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Irina Nikolajeva
Verwerende partij: OÜ Multi Protect
Prejudiciële vragen
De volgende prejudiciële vragen van uitlegging van verordening (EG) nr. 207/2009 (1) van de Raad van 26 februari 2009 inzake het gemeenschapsmerk (gecodificeerde versie) worden voorgelegd:
1)
Moet een rechtbank voor het gemeenschapsmerk het in artikel 102, lid 1, [van verordening (EG) nr. 207/2009 van de Raad van 26 februari 2009 inzake het gemeenschapsmerk] bedoelde bevel ook dan geven wanneer de verzoekende partij dat niet vordert en partijen niet stellen dat de verwerende partij na een bepaalde dag in het verleden op een gemeenschapsmerk inbreuk heeft gemaakt of gedreigd te maken, of is het een „speciale reden” in de zin van de eerste volzin van deze bepaling wanneer een dergelijke vordering niet wordt ingesteld en deze omstandigheid niet wordt aangevoerd?
2)
Moet artikel 9, lid 3, [van verordening (EG) nr. 207/2009 van de Raad van 26 februari 2009 inzake het gemeenschapsmerk] aldus worden uitgelegd dat de houder van een gemeenschapsmerk van een derde voor het gebruik van een teken dat gelijk is aan het merk in de periode na de publicatie van de aanvraag van het merk tot de publicatie van de inschrijving ervan enkel een redelijke vergoeding krachtens artikel 9, lid 3, tweede volzin, kan verlangen, maar geen vergoeding van de gebruikelijke waarde van het dankzij de inbreuk verkregene en van de schade, en dat voor de periode tot aan de publicatie van de aanvraag van het merk ook geen aanspraak op een redelijke vergoeding bestaat?
3)
Welke soorten kosten en andere vergoedingen behelst de redelijke vergoeding krachtens artikel 9, lid 3, tweede volzin, en kan daaronder ook — en zo ja, onder welke omstandigheden — een vergoeding van de immateriële schade van de merkhouder worden begrepen?
(1) PB L 78, blz. 1.
Full & Egal Universal Law Academy