3.11.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 363/19
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Verwaltungsgerichtshof (Oostenrijk) op 10 juli 2015 — Stad Wiener Neustadt
(Zaak C-348/15)
(2015/C 363/23)
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Verwaltungsgerichtshof
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Stad Wiener Neustadt
Interveniërende partij: A.S.A. Abfall Service AG
Verwerende partij: Niederösterreichische Landesregierung
Prejudiciële vraag
Verzet het Unierecht, in het bijzonder richtlijn 2011/92/EU (1) van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (PB L 26 van 28 januari 2012), en met name artikel 1, lid 4, daarvan, respectievelijk richtlijn 85/337/EEG (2) van de Raad van 27 juni 1985 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (PB L 175 van 5 juli 1985), en met name artikel 1, lid 5, daarvan, zich tegen een nationale bepaling uit hoofde waarvan MEB-plichtige projecten waarvoor geen vergunning is verstrekt uit hoofde van het nationale Umweltverträglichkeitsprüfungsgesetz van 2000 (UVP-G 2000), maar die alleen maar beschikken over uit hoofde van een aantal specifieke sectorale wetten (bijvoorbeeld de wet inzake afvalbeheer) afgegeven vergunningen die op 19 augustus 2009 (datum van de inwerkingtreding van de wet tot wijziging van het UVP-G 2000) niet meer nietig konden worden verklaard, aangezien een in het nationale recht (§ 3, lid 6, UVP-G 2000) vastgelegde termijn van drie jaar was verstreken, worden beschouwd als goedgekeurd volgens het UVP-G 2000, of beantwoordt een dergelijke regeling aan de in het Unierecht verankerde beginselen van rechtszekerheid en vertrouwensbescherming?
(1) PB L 26 van 28.1.2012, blz. 1.
(2) PB L 175, blz. 40.
Full & Egal Universal Law Academy