19.10.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 346/4
Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Hoge Raad der Nederlanden (Nederland) op 13 juli 2015 — College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Amersfoort, andere partij: X BV
(Zaak C-360/15)
(2015/C 346/04)
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Hoge Raad der Nederlanden
Partijen in het hoofdgeding
Verzoeker: College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Amersfoort
Andere partij: X BV
Prejudiciële vragen
1)
Moet artikel 2, lid 3, van richtlijn 2006/123/EG (1) van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt aldus worden geïnterpreteerd dat deze bepaling van toepassing is op een heffing van leges door een orgaan van een lidstaat ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag om instemming omtrent tijdstip, plaats en wijze van uitvoering van graafwerkzaamheden in verband met de aanleg van kabels voor een openbaar elektronisch communicatienetwerk?
2)
Moet hoofdstuk III van richtlijn 2006/123/EG […] aldus worden geïnterpreteerd dat zij ook van toepassing is in zuiver interne situaties?
3)
Moet richtlijn 2006/123/EG […] tegen de achtergrond van overweging 9 van de preambule zo worden uitgelegd dat deze richtlijn niet van toepassing is op een nationale regeling die vereist dat het voornemen tot het verrichten van graafwerkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels voor een openbaar elektronisch telecommunicatienetwerk wordt gemeld bij burgemeester en wethouders en burgemeester en wethouders niet bevoegd zijn gemelde werkzaamheden te verbieden maar wel bevoegd zijn voorschriften te stellen met betrekking tot de plaats, tijdstip en wijze van uitvoering van de werkzaamheden en tot het bevorderen van het medegebruik van voorzieningen en het afstemmen van de werkzaamheden met beheerders van overige in de grond aanwezige werken?
4)
Moet artikel 4, aanhef en onder 6, van richtlijn 2006/123/EG […] aldus worden geïnterpreteerd dat deze bepaling van toepassing is op een besluit tot instemming dat ziet op de plaats, het tijdstip en de wijze van uitvoering van het verrichten van graafwerkzaamheden in verband met de aanleg van kabels voor een openbaar elektronisch communicatienetwerk, zonder dat het desbetreffende orgaan van een lidstaat bevoegd is tot het verbieden van deze werkzaamheden als zodanig?
5)
A.
Indien artikel 13, lid 2, van richtlijn 2006/123/EG […], gelet op de beantwoording van de voorgaande vragen, in het onderhavige geval van toepassing is, heeft deze bepaling dan rechtstreekse werking?
B.
Indien het antwoord op vraag 5) A. bevestigend is, brengt artikel 13, lid 2, van richtlijn 2006/123/EG […] dan mee dat de in rekening te brengen kosten mogen worden berekend op basis van de geraamde kosten voor alle aanvraagprocedures, of op basis van de kosten van alle aanvragen als de onderhavige, of op basis van de kosten van de individuele aanvragen?
C.
Indien het antwoord op vraag 5) A. bevestigend is, volgens welke criteria moeten indirecte en vaste kosten overeenkomstig artikel 13, lid 2, van richtlijn 2006/123/EG […] aan concrete vergunningaanvragen worden toegerekend?
(1) PB L 376, blz. 36.
Full & Egal Universal Law Academy