28.9.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 320/18
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Landgericht Itzehoe (Duitsland) op 23 juli 2015 — Raiffeisen Privatbank Liechtenstein AG/Gerhild Lukath
(Zaak C-397/15)
(2015/C 320/25)
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Landgericht Itzehoe
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Raiffeisen Privatbank Liechtenstein AG
Verwerende partij: Gerhild Lukath
Andere partijen in de procedure: Rüdiger Boy, Boy Finanzberatung GmbH, Christian Maibaum, Vienna-Life Lebensversicherungs AG, Frank Weber
Prejudiciële vragen
1)
Moet de overeenkomst tussen een bank en een consument inzake de verstrekking van een krediet die samenhangt met een overeenkomst over het sluiten van een levensverzekering en een overeenkomst inzake advies en bemiddeling bij een kapitaalbelegging, die op haar beurt het kredietbedrag waarborgt, worden beschouwd als een overeenkomst inzake de verstrekking van diensten in de zin van artikel 5, lid 2, van het Verdrag van Rome van 19 juni 1980 (1) inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst?
2)
Geldt artikel 5, lid 2, van het Verdrag van Rome ook in situaties waarin reclame wordt gemaakt of contact wordt aangeknoopt in het land waar de consument zijn hoofd[verblijfplaats heeft], maar hij de overeenkomsten in zijn tweede verblijfplaats ondertekent, indien de wederpartij van de consument of zijn vertegenwoordiger de bestelling van de consument in het land van de hoofdverblijfplaats heeft ontvangen?
(1) PB L 266, blz. 1.
Full & Egal Universal Law Academy