12.10.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 337/6
Hogere voorziening ingesteld op 24 juli 2015 door het Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen) (BHIM) tegen het arrest van het Gerecht (Achtste kamer) van 13 mei 2015 in zaak T-15/13, Group Nivelles/BHIM — Easy Sanitairy Solutions (Doucheafvoergoot)
(Zaak C-405/15 P)
(2015/C 337/08)
Procestaal: Nederlands
Partijen
Rekwirant: Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen) (BHIM) (vertegenwoordigers: S. Bonne en A. Folliard-Monguiral, gemachtigden)
Andere partijen in de procedure: Group Nivelles NV en Easy Sanitary Solutions BV
Conclusies
Het Bureau concludeert dat het het Hof behage:
—
het bestreden arrest nietig te verklaren,
—
de eisende partij en de tussenkomende partij voor het gerecht te veroordelen tot de door het Bureau uiteengezette kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Het Gerecht heeft artikel 63, lid 1, van [verordening nr. 6/2002 (1)] geschonden door te oordelen dat het oudere model, ingeroepen ter staving van het verzoek tot nietigverklaring, het ‘geheel van de door het bedrijf Blücher aangeboden afvoer van vloeistoffen’ is. Group Nivelles riep alleen de afdekplaat in die voor het publiek beschikbaar is gesteld door zowel het bedrijf Blücher als door andere bedrijven, los van de vorm van de bak;
Het Gerecht heeft artikel 25, lid 1, punt b), van [verordening nr. 6/2002], gelezen in combinatie met artikel 5 van [verordening nr. 6/2002], geschonden door te oordelen dat het Bureau verplicht was het bestreden Gemeenschapsmodel te vergelijken met een ouder model dat het resultaat zou zijn van de combinatie van twee afzonderlijke onderdelen, openbaar gemaakt in verschillende documenten. Volgens de rechtspraak van het Hof van Justitie, die van toepassing is op artikel 5 van [verordening nr. 6/2002], mag het bestreden model niet worden vergeleken met ‘een samenvoeging van specifieke elementen of delen van oudere modellen, maar met geïndividualiseerde en welbepaalde oudere modellen’. De uiterlijke kenmerken van een voortbrengsel zoals het geassembleerd is kunnen soms worden afgeleid van de uiterlijke kenmerken van de onderdelen waaruit het bestaat, maar die globale uiterlijke kenmerken blijven hypothetisch of in elk geval onderhevig aan belangrijke benaderingen. Welnu, het begrip identiteit tussen twee tekeningen of modellen, eigen aan artikel 5 van [verordening nr. 6/2002], vormt een obstakel voor een vergelijkend onderzoek dat gebaseerd is op hypotheses of benaderingen;
Het Gerecht heeft artikel 25, lid 1, punt b), van [verordening nr. 6/2002], gelezen in combinatie met artikelen 6 en 7, lid 1, van [verordening nr. 6/2002] geschonden door van mening te zijn dat, in het geval dat de vergeleken tekeningen of modellen opgenomen zijn in de voortbrengselen waarvan de aard of bestemming verschilt, dit verschil de onmogelijkheid kan inhouden voor de desbetreffende geïnformeerde gebruiker om het oudere model te kennen. Artikel 7 van [verordening nr. 6/2002] houdt een juridische fictie in waarmee elk 'openbaar gemaakt model verondersteld wordt ter kennis te zijn gekomen van zowel ingewijden in de betrokken sector waarop het oudere model betrekking heeft als het publiek van de geïnformeerde gebruikers van het type voortbrengsel waarop het bestreden model betrekking heeft. Zodra de openbaarmaking van het oudere model vastgesteld is, moet men in overweging nemen dat de desbetreffende geïnformeerde gebruiker kennis heeft van zowel het oudere model als van de gebruiksmodaliteiten ervan, zoals deze blijken uit de bewijzen en argumenten die door de partijen worden aangevoerd.
(1) Verordening (EG) nr. 6/2002 van de Raad van 12 december 2001 betreffende Gemeenschapsmodellen (PB 2002 L 3, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy