12.10.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 337/10
Hogere voorziening ingesteld op 3 augustus 2015 door Diputación Foral de Bizkaia tegen het arrest van het Gerecht (Tweede kamer) van 19 mei 2015 in zaak T-397/12, Diputación Foral de Bizkaia/Commissie
(Zaak C-426/15 P)
(2015/C 337/12)
Procestaal: Spaans
Partijen
Rekwirante: Diputación Foral de Bizkaia (vertegenwoordiger: I. Sáenz-Cortabarría Fernández, abogado)
Andere partij in de procedure: Europese Commissie
Conclusies
—
vernietiging van het bestreden arrest;
—
toewijzing van de in eerste aanleg ingediende vordering;
—
verwijzing van de Commissie in de kosten van de procedure in eerste aanleg en de hogere voorziening.
Middelen en voornaamste argumenten
Eerste middel: onjuiste rechtsopvatting bij de uitlegging en toepassing van artikel 108, lid 3, eerste zin, VWEU (verplichting tot voorafgaande aanmelding) en met name van het begrip „conceder” (invoering) dat voorkomt in [de Spaanse versie van] die bepaling, gelezen in samenhang met het in artikel 107, lid 1, VWEU gebruikte begrip „otorgar” (niet gebruikt in de Nederlandse versie), aangezien het Gerecht het eens is met de verklaring van de Commissie (artikel 2 van het bestreden besluit) (1) dat de aangemelde steunmaatregel die in de overeenkomsten in het vooruitzicht wordt gesteld, onrechtmatig is omdat deze steunmaatregel op 15 december 2006 is ingevoerd zonder dat de verplichting tot voorafgaande aanmelding was nagekomen. Onjuiste rechtsopvatting aangezien geen rekening is gehouden met het Unierechtelijke staatssteunbeginsel dat bij de bepaling van het tijdstip waarop steunmaatregelen van de staten geacht worden te zijn ingevoerd, dient te worden gekeken naar het nationale recht dat op het geval in kwestie van toepassing is. Onjuiste rechtsopvatting aangezien het Gerecht het in artikel 1, onder f), van verordening (EG) nr. 659/1999 (2) neergelegde begrip „onrechtmatige steun” ten onrechte heeft toegepast. Schending van het legaliteitsbeginsel.
Tweede middel: onjuiste rechtsopvatting aangezien het Gerecht bevestigt dat sprake is van „onrechtmatige steun” wat de op de gronden betrekking hebbende overeenkomst betreft, daar in die overeenkomst een termijn van twaalf maanden is vastgelegd. Onjuiste rechtsopvatting aangezien ten onrechte geen rekening is gehouden met het Unierechtelijke staatssteunbeginsel dat bij de bepaling van het tijdstip waarop steunmaatregelen van de staten geacht worden te zijn ingevoerd, dient te worden gekeken naar het nationale recht dat op het geval in kwestie van toepassing is.
Derde middel: onjuiste rechtsopvatting aangezien het Gerecht is voorbijgegaan aan het feit dat de Commissie bij de vaststelling van het bestreden besluit de algemene beginselen van behoorlijk bestuur heeft geschonden. Onjuiste rechtsopvatting aangezien is voorbijgegaan aan de schending van de rechten en procedurele waarborgen die de Diputación ontleent aan haar hoedanigheid van belanghebbende. Onjuiste rechtsopvatting aangezien impliciet is geoordeeld dat de brief van de Commissie van 15 april 2010 genoegzaam voldoet aan de uit de genoemde algemene beginselen voortvloeiende eisen. Onjuiste voorstelling van doorslaggevend bewijs. Schending van het grondrecht op een eerlijk proces. Onmogelijkheid verweer te voeren.
(1) Besluit C(2012) 4194 final van de Commissie van 27 juni 2012 inzake staatssteun nr. SA.28356 (C 37/2009) (ex N 226/2009).
(2) Verordening van de Raad van 22 maart 1999 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel [108 VWEU] (PB L 83, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy