19.10.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 346/11
Hogere voorziening ingesteld op 28 augustus 2015 door Iranian Offshore Engineering & Construction Company (IOEC) tegen het arrest van het Gerecht (Zevende kamer) van 25 juni 2015 in zaak T-95/14, Iranian Offshore Engineering & Construction/Raad
(Zaak C-459/15 P)
(2015/C 346/13)
Procestaal: Spaans
Partijen
Rekwirante: Iranian Offshore Engineering & Construction Company (IOEC) (vertegenwoordigers: J. Viñals Camallonga, L. Barriola Urruticoechea en J. Iriarte Ángel, abogados)
Andere partij in de procedure: Raad van de Europese Unie
Conclusies
—
Vernietiging van het arrest van het Gerecht (Zevende kamer) van 25 juni 2015 in zaak T-95/14;
—
definitieve afdoening van de zaak door toewijzing van de vorderingen in eerste aanleg van verzoekster, thans rekwirante, namelijk nietigverklaring van artikel 1 van besluit 2013/661/GBVB (1) van 15 november 2013, en van artikel 1 van uitvoeringsverordening (EU) nr. 1154/2013 (2) van 15 november 2013, voor zover deze handelingen IOEC betreffen of voor haar gevolgen kunnen hebben, en verwijdering van haar naam uit de respectieve bijlagen bij genoemde handelingen;
—
verwijzing van de Raad in de kosten van beide instanties.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar hogere voorziening voert rekwirante drie middelen aan.
Onjuiste rechtsopvatting, voor zover in het arrest ten onrechte wordt geoordeeld dat de Raad zijn motiveringsplicht is nagekomen en het recht op effectieve rechterlijke bescherming niet heeft geschonden.
Onjuiste rechtsopvatting, doordat in het arrest wordt geoordeeld dat de maatregelen tegen rekwirante op bewijs zijn gegrond, terwijl deze in werkelijkheid elke feitelijke grondslag missen en het arrest is gebaseerd op vermoedens. Daardoor is er eveneens sprake van misbruik van bevoegdheid en schending van de toepasselijke rechtsregels en het beginsel van gelijke behandeling.
Onjuiste rechtsopvatting, doordat in het arrest ten onrechte wordt geoordeeld dat het eigendomsrecht van IOEC en het evenredigheidsbeginsel in acht zijn genomen.
(1) Besluit 2013/661/GBVB van de Raad van 15 november 2013 houdende wijziging van besluit 2010/413/GBVB betreffende beperkende maatregelen tegen Iran (PB L 306, blz. 18).
(2) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1154/2013 van de Raad van 15 november 2013 tot uitvoering van verordening (EU) nr. 267/2012 van de Raad betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van Iran (PB L 306, blz. 3).
Full & Egal Universal Law Academy