7.12.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 406/25
Beroep ingesteld op 29 september 2015 — Koninkrijk Spanje/Raad van de Europese Unie
(Zaak C-521/15)
(2015/C 406/25)
Procestaal: Spaans
Partijen
Verzoekende partij: Koninkrijk Spanje (vertegenwoordiger: A. Rubio González, gemachtigde)
Verwerende partij: Raad van de Europese Unie
Conclusies
—
Nietigverklaring van besluit (EU) 2015/1289 van de Raad van 13 juli 2015 tot het opleggen van een boete aan Spanje wegens de manipulatie van tekortgegevens in de autonome gemeenschap Valencia (1);
—
subsidiair, zodanige verlaging van de boete dat deze uitsluitend betrekking heeft op de tijdvakken na 13 december 2011, de datum van inwerkingtreding van verordening (EU) nr. 1173/2011 (2);
—
in elk geval verwijzing van de Raad in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Schending van artikel 8, lid 3, van verordening nr. 1173/2011 en van artikel 2, leden 1 en 3, van besluit 2012/678/EU (3) en strijdigheid met de rechten van de verdediging van het Koninkrijk Spanje. Vóór het aanleggen van een dossier was reeds sprake van een onderzoek zonder dat daarbij de procedure is gevolgd als bedoeld in besluit 2012/678. Op die manier is gebruikgemaakt van informatie die is verkregen tijdens bezoeken die niet voldeden aan de eisen van artikel 2, lid 3, van dat besluit, en is voorbijgegaan aan het recht van verdediging van Spanje.
Schending van het recht op behoorlijk bestuur wat de samenstelling van het onderzoeksteam betreft. Dat het gehele vooronderzoek door dezelfde personen is uitgevoerd, verdraagt zich niet met de objectieve onpartijdigheid. Bij dit team was sprake van een duidelijk risico op bevestigingsvooroordelen en wijsheden achteraf waar het ging om de beoordeling van de belangrijke en serieuze indicaties die vóór de start van het onderzoek zijn onderzocht. Het onderzoeksteam was zo samengesteld dat zijn onpartijdigheid objectief ter discussie stond.
Schending van artikel 8, lid 1, van verordening nr. 1173/2011, aangezien het niet zo is dat de lidstaat door ernstige nalatigheid of met opzet gegevens aangaande overheidstekort en overheidsschuld manipuleert of verkeerd voorstelt. In de eerste plaats is geen sprake van manipulatie of verkeerde voorstelling van statistieken, maar slechts van een duidelijk en adequaat toegelichte herziening van de op het overheidstekort en de overheidsschuld betrekking hebbende gegevens. In de tweede plaats zijn de gegevens waarop de vermeende manipulatie betrekking heeft, in geen geval van belang voor de toepassing van de bevoegdheid tot toezicht die de instellingen van de Unie krachtens de artikelen 121 VWEU en 126 VWEU hebben. Ten slotte kan de handelwijze van Spanje niet worden aangemerkt als ernstige nalatigheid, daar de Spaanse autoriteiten de vergissing hebben ontdekt, onverwijld de Commissie daarvan in kennis hebben gesteld en met de grootst mogelijke spoed en zorgvuldigheid hebben gehandeld.
Onevenredigheid van de sanctie in verhouding tot het bij de berekening van de hoogte van de sanctie te hanteren referentietijdvak. De periode waarop de boete betrekking heeft, ziet slechts op de gegevens die zijn opgenomen in de vanaf 2012 gedane kennisgevingen, waarbij het gaat om feiten van na 13 december 2011, de datum van inwerkingtreding van verordening nr. 1173/2011. Voor het referentiebedrag mag dus alleen worden uitgegaan van de gegevens die betrekking hebben op de in 2011 geboekte rekeningen.
(1) PB L 198, blz. 19.
(2) Verordening van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 inzake de effectieve handhaving van het begrotingstoezicht in het eurogebied (PB L 306, blz. 1).
(3) Gedelegeerd besluit van de Commissie van 29 juni 2012 betreffende onderzoeken en boeten in verband met de manipulatie van statistieken als bedoeld in verordening (EU) nr. 1173/2011 van het Europees Parlement en de Raad inzake de effectieve handhaving van het begrotingstoezicht in het eurogebied (PB L 306, blz. 21).
Full & Egal Universal Law Academy