18.1.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 16/22
Hogere voorziening ingesteld op 9 november 2015 door SV Capital OÜ tegen het arrest van het Gerecht (Derde kamer) van 9 september 2015 in zaak T-660/14, SV Capital OÜ/Europese Bankautoriteit (EBA)
(Zaak C-577/15 P)
(2016/C 016/28)
Procestaal: Engels
Partijen
Rekwirante: SV Capital OÜ (vertegenwoordiger: M. Greinoman, advocaat)
Andere partijen in de procedure: Europese Bankautoriteit (EBA), Europese Commissie
Conclusies
—
het arrest van het Gerecht van 9 september 2015 in zaak T-600/14 nietig verklaren voor zover hierbij (1) het beroep tegen besluit C 2013 002 van de EBA niet-ontvankelijk is verklaard, (2) besluit 2014-C1-02 van de bezwaarcommissie van de Europese toezichthoudende autoriteit van 14 juli 2014 nietig is verklaard voor zover het door rekwirante ingediende bezwaar daarbij ontvankelijk is verklaard, en (3) uitspraak wordt gedaan over de kosten.
—
de zaak terugverwijzen naar het Gerecht;
—
verweerster verwijzen in de kosten van de hogere voorziening en interveniënte verwijzen in haar eigen kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar hogere voorziening tegen het arrest van het Gerecht van 9 september 2015 in zaak T-660/14 voert rekwirante de volgende middelen aan:
Het gerecht heeft ultra petita geoordeeld.
Het Gerecht heeft artikel 60, lid 1, van verordening (EU) nr. 1093/2010 (1) geschonden, aangezien het beroep tegen besluit C 2013 002 van de EBA tijdig is ingesteld, daar de bezwaarcommissie van de Europese toezichthoudende autoriteit hier eerst over heeft geoordeeld.
Het Gerecht heeft artikel 48, lid 2, van zijn Reglement voor de procesvoering (in de tot 31 december 2014 geldende versie) geschonden.
Het Gerecht heeft artikel 263 VWEU geschonden, aangezien het beroep tegen besluit C 2013 002 van de EBA tijdig is ingesteld, daar de administratieve procedure heeft geduurd tot 14 juli 2014.
Het Gerecht heeft artikel 45 van het Statuut van het Hof van Justitie van de Europese Unie geschonden, aangezien het beroep tegen besluit C 2013 002 van de EBA tijdig is ingesteld, gelet op de onvoorzienbare omstandigheden die zich hebben voorgedaan.
Het Gerecht heeft artikel 263 VWEU en de artikelen 60, lid 1, en 61, lid 1, van verordening nr. 1093/2010/EU geschonden, aangezien het beroep tegen besluit C 2013 002 van de EBA ontvankelijk was, daar dit besluit tot rekwirante was gericht en deze hierdoor rechtstreeks en individueel werd geraakt.
Besluit C 2013 002 berust op feitelijke vergissingen.
De EBA heeft bij de vaststelling van besluit C 2013 002 misbruik gemaakt van haar discretionaire bevoegdheid.
Besluit C 2013 002 maakt inbreuk op artikel 39, lid 1, van verordening nr. 1093/2010/EU en artikel 16 van de code voor goed administratief gedrag van de EBA.
Besluit C 2013 002 maakt inbreuk op punt 3, leden 3, 4 en 5, van de interne regels van de EBA.
De EBA heeft bij de vaststelling van besluit C 2013 002 misbruik gemaakt van haar bevoegdheid en zich onredelijk opgesteld.
(1) Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van besluit 2009/78/EG van de Commissie (PB L 331, blz. 12).
Full & Egal Universal Law Academy