25.1.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 27/22
Beroep ingesteld op 17 november 2015 — Europese Commissie/Tsjechische Republiek
(Zaak C-606/15)
(2016/C 027/26)
Procestaal: Tsjechisch
Partijen
Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: Z. Malůšková, J. Hottiaux, gemachtigden)
Verwerende partij: Tsjechische Republiek
Conclusies
—
vaststellen dat:
—
de Tsjechische Republiek de op grond van artikel 19, lid 1, van richtlijn 2004/49/EG op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen door het toezicht op het spoorwegsysteem op te dragen aan het onderzoeksorgaan;
—
de Tsjechische Republiek de op grond van artikel 21, lid 3, van richtlijn 2004/49/EG op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen door er niet voor te zorgen dat het onderzoeksorgaan het onderzoek niet later dan één week na ontvangst van de melding van het ongeval of incident begint;
—
de Tsjechische Republiek de op grond van artikel 23, lid 2, van richtlijn 2004/49/EG op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen door er niet voor te zorgen dat het eindverslag van zijn onderzoek wordt toegezonden aan de betrokken partijen als bedoeld in artikel 22, lid 3, van richtlijn 2004/49/EG;
—
de Tsjechische Republiek de op grond van artikel 25, lid 2, van richtlijn 2004/49/EG op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen door er niet voor te zorgen dat het onderzoeksorgaan veiligheidsaanbevelingen richt aan de veiligheidsinstantie;
—
de Tsjechische Republiek de op grond van artikel 25, lid 2, van richtlijn 2004/49/EG op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen door niet te voorzien in een verplichting voor de veiligheidsinstantie om ervoor te zorgen dat veiligheidsaanbevelingen naar behoren in aanmerking worden genomen en dat op grond daarvan wordt opgetreden;
—
de Tsjechische Republiek de op grond van artikel 25, lid 3, van richtlijn 2004/49/EG op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen door niet te voorzien in een verplichting voor de veiligheidsinstantie om ten minste eenmaal per jaar te laten weten welke maatregelen zij naar aanleiding van de aanbeveling heeft genomen of gepland;
—
de Tsjechische Republiek verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
De termijn voor de omzetting van de richtlijn in nationaal recht is op 30 juni 2015 verstreken.
De Commissie legt aan haar verzoek het volgende ten grondslag:
De Tsjechische Republiek heeft niet uiterlijk 30 juni 2015, toen de in het met redenen omklede advies gestelde termijn verstreek, mededeling gedaan van wijzigingen in haar nationale wetgeving om ervoor te zorgen dat zij voldeed aan de artikelen 19, lid 1, 21, lid 3, 23, lid 2, en 25, leden 2 en 3, van richtlijn 2004/49/EG. (1)
(1) Richtlijn 2004/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake de veiligheid op de communautaire spoorwegen en tot wijziging van richtlijn 95/18/EG van de Raad betreffende de verlening van vergunningen aan spoorwegondernemingen, en van richtlijn 2001/14/EG van de Raad inzake de toewijzing van spoorweginfrastructuurcapaciteit en de heffing van rechten voor het gebruik van spoorweginfrastructuur alsmede inzake veiligheidscertificering („Spoorwegveiligheidsrichtlijn”) (PB L 164, blz. 44, met rectificatie in PB L 220, blz. 16).
Full & Egal Universal Law Academy