4.4.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 118/5
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Bundesarbeitsgericht (Duitsland) op 17 december 2015 — Asklepios Kliniken Langen-Seligenstadt GmbH/Ivan Felja
(Zaak C-680/15)
(2016/C 118/06)
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Bundesarbeitsgericht
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Asklepios Kliniken Langen-Seligenstadt GmbH
Verwerende partij: Ivan Felja
Prejudiciële vragen
I.
1)
Staat artikel 3 van richtlijn 2001/23/EG van de Raad van 12 maart 2001 (1) in de weg aan een nationale regeling die bepaalt dat bij een overgang van een onderneming of vestiging, alle tussen de vervreemder en de werknemer autonoom en individueel in de arbeidsovereenkomst afgesproken arbeidsvoorwaarden onveranderd op de verkrijger overgaan alsof hij deze zelf in een individuele overeenkomst met de werknemer zou hebben afgesproken, wanneer het nationale recht zowel in consensuele als in éénzijdige aanpassingsmogelijkheden voor de verkrijger voorziet?
2)
Indien de eerste vraag volledig of voor een bepaalde categorie individueel afgesproken arbeidsvoorwaarden uit de arbeidsovereenkomst tussen vervreemder en werknemer bevestigend wordt beantwoord:
Volgt uit de toepassing van artikel 3 van richtlijn 2001/23/EG dat bepaalde autonoom tussen vervreemder en werknemer afgesproken arbeidsvoorwaarden van de onveranderde overgang naar de verkrijger moeten worden uitgesloten, en louter op grond van de overgang van onderneming of vestiging moeten worden aangepast?
3)
Wanneer volgens de antwoorden van het Hof van Justitie op de eerste en tweede vraag, een in een individuele overeenkomst overeengekomen verwijzing, op grond waarvan bepaalde regelingen uit een collectieve overeenkomst op dynamische manier autonoom tot inhoud van de arbeidsovereenkomst worden gemaakt, niet in onveranderde vorm overgaat op de verkrijger:
a)
Geldt dit ook dan wanneer noch de vervreemder noch de verkrijger partij zijn bij een collectieve arbeidsovereenkomst of lid zijn van een dergelijke partij, dus wanneer de regelingen uit de collectieve overeenkomst reeds vóór de overgang van de onderneming of vestiging geen toepassing zouden hebben gevonden op de arbeidsovereenkomst met de vervreemder wanneer geen verwijzingsclausule was afgesproken in de autonome arbeidsovereenkomst?
b)
Zo ja:
Is dat ook het geval wanneer vervreemder en verkrijger ondernemingen van hetzelfde concern zijn?
II.
4)
Staat artikel 16 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie in de weg aan een ter omzetting van richtlijn 77/187/EEG (2) of 2001/23/EG vastgestelde nationale regeling, die voorschrijft dat bij een overgang van een onderneming of vestiging de verkrijger ook aan de door de vervreemder met de werknemer vóór de overgang autonoom en individueel overeengekomen arbeidsovereenkomstvoorwaarden is gebonden alsof hij deze zelf zou zijn overeengekomen, wanneer deze voorwaarden bepaalde regelingen van een collectieve overeenkomst die anders niet van toepassing zou zijn op deze arbeidsverhouding, op dynamische wijze opnemen in de inhoud van de arbeidsovereenkomst, voor zover het nationale recht zowel in consensuele als in eenzijdige aanpassingsmogelijkheden voor de verkrijger voorziet?
(1) Richtlijn 2001/23/EG van de Raad van 12 maart 2001 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij overgang van ondernemingen, vestigingen of onderdelen van ondernemingen of vestigingen (PB L 82, blz. 16).
(2) Richtlijn 77/187/EEG van de Raad van 14 februari 1977 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij overgang van ondernemingen, vestigingen of onderdelen daarvan (PB L 61, blz. 26).
Full & Egal Universal Law Academy