22.2.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 68/24
Beroep ingesteld op 17 december 2015 — Europese Commissie/Raad van de Europese Unie
(Zaak C-687/15)
(2016/C 068/32)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: F. Erlbacher, L. Nicolae, gemachtigden)
Verwerende partij: Raad van de Europese Unie
Conclusies
—
de Conclusies van de Raad over de Wereldradiocommunicatieconferentie 2015 (WRC-15) van de Internationale Telecommunicatie-unie (ITU) zoals vastgesteld op 26 oktober 2015 tijdens de 3419e vergadering van de Raad in Luxemburg, vernietigen;
—
de Raad verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
1.
Met dit verzoek verlangt de Commissie vernietiging van de „Conclusies van de Raad over de Wereldradiocommunicatieconferentie 2015 (WRC-15) van de Internationale Telecommunicatie-unie (ITU)” zoals vastgesteld op 26 oktober 2015 tijdens de 3419e vergadering van de Raad in Luxemburg.
2.
Het verzoek berust op één middel, namelijk dat de Raad, door in plaats van een besluit op voorstel van de Commissie de Conclusies over de Wereldradiocommunicatieconferentie 2015 (WRC-15) van de Internationale Telecommunicatie-unie (ITU) vast te stellen, in strijd heeft gehandeld met artikel 218, lid 9, VWEU, dat van toepassing is op het namens de Unie tijdens de WRC-15 vast te stellen standpunt.
3.
Dienaangaande betoogt de Commissie ten eerste dat artikel 218, lid 9, VWEU van toepassing is op standpunten die namens de Unie worden vastgesteld in situaties zoals de onderhavige, waarin de Europese Unie binnen de betrokken internationale organisatie een status heeft, te weten die van een sectorlid, als gevolg waarvan de Europese Unie op grond van artikel 3, lid 2, van het Statuut van de ITU het recht heeft om binnen de organisatie bepaalde handelingen te verrichten.
4.
Ten tweede betoogt de Commissie dat de herzieningen van de Radioverordeningen ten aanzien waarvan de Commissie heeft voorgesteld een standpunt vast te stellen overeenkomstig artikel 218, lid 9, VWEU, rechtsgevolgen in de zin van die bepaling hebben, zowel ingevolge het toepasselijke internationale rechtskader als krachtens de relevante Unievoorschriften.
5.
Ten derde betoogt de Commissie dat de overige voorwaarden voor de toepassing van artikel 218, lid 9, VWEU in dit geval eveneens zijn vervuld, aangezien de organen van de ITU „krachtens een overeenkomst opgerichte” lichamen zijn, en de handelingen ten aanzien waarvan de Commissie de vaststelling van een standpunt heeft voorgesteld niet „[strekken] tot aanvulling of wijziging van het institutionele kader van de overeenkomst”.
Full & Egal Universal Law Academy