29.2.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 78/36
Arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Tweede kamer) van 20 januari 2016 — Proia/Commissie
(Zaak F-61/15) (1)
([Openbare dienst - Arbeidscontractant - Bezoldiging - Ontheemdingstoeslag - Voorwaarden van artikel 4, lid 1, onder a), van bijlage VII bij het Statuut - Gewone verblijfplaats vóór de indiensttreding - Studieperiodes gevolgd door een stage en opeenvolgende arbeidsovereenkomsten in de staat van tewerkstelling - Vermeende wil van de betrokkene om het permanente centrum van zijn belangen te verplaatsen vanaf het begin van zijn studie in de staat van tewerkstelling - Geen vermeende wil])
(2016/C 078/49)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: Alessandro Proia (Brussel, België) (vertegenwoordigers: S. Orlandi en T. Martin, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: T. S. Bohr en F. Simonetti, gemachtigden)
Voorwerp
Verzoek om nietigverklaring van het besluit van het Bureau beheer en afwikkeling van individuele rechten van de Commissie van 25 september 2014 houdende weigering om verzoeker de ontheemdingstoelage toe te kennen
Dictum
1)
Het besluit van de Europese Commissie van 25 september 2014 houdende weigering om Proia krachtens artikel 4, lid 1, sub a), van bijlage VII bij het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie de ontheemdingstoeslag toe te kennen, wordt nietig verklaard.
2)
De Europese Commissie zal haar eigen kosten dragen en wordt verwezen in de kosten van Proia.
(1) PB C 221 van 6.7.2015, blz. 27.
Full & Egal Universal Law Academy