Zaak F-126/15: Arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Derde kamer) van 20 juli 2016 — Barroso Truta e.a./Hof van Justitie (Openbare dienst — Arbeidscontractanten — Pensioenen — Artikel 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut — Overdracht aan de pensioenregeling van de Unie van pensioenrechten die eerder krachtens nationale regelingen zijn verworven — Voorstellen voor extra pensioenjaren van het TAOBG — Verzoek om contact op te nemen met de administratie teneinde uitleg te krijgen en de opportuniteit van de overdrachten te bespreken — Aanvaarding door de functionarissen van de overdracht van hun nationale pensioenrechten zonder voorafgaand overleg met het TAOBG — Definitieve karakter van de overdrachten — Latere ontdekking van de regel van het „bestaansminimum” — Artikel 77, vierde alinea, van het Statuut — Zorgvuldigheidsplicht — Vermeende ontoereikendheid van de informatie die het TAOBG bij de toezending van de voorstellen voor extra pensioenjaren heeft verstrekt — Beroep tot schadevergoeding — Niet-eerbiediging van de vereisten van de precontentieuze fase — Niet-ontvankelijkheid)
C3642016NL3710120160720NL0044371371
Arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Derde kamer) van 20 juli 2016 — Barroso Truta e.a./Hof van Justitie
(Zaak F-126/15) ( 1 )
„(Openbare dienst — Arbeidscontractanten — Pensioenen — Artikel 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut — Overdracht aan de pensioenregeling van de Unie van pensioenrechten die eerder krachtens nationale regelingen zijn verworven — Voorstellen voor extra pensioenjaren van het TAOBG — Verzoek om contact op te nemen met de administratie teneinde uitleg te krijgen en de opportuniteit van de overdrachten te bespreken — Aanvaarding door de functionarissen van de overdracht van hun nationale pensioenrechten zonder voorafgaand overleg met het TAOBG — Definitieve karakter van de overdrachten — Latere ontdekking van de regel van het „bestaansminimum” — Artikel 77, vierde alinea, van het Statuut — Zorgvuldigheidsplicht — Vermeende ontoereikendheid van de informatie die het TAOBG bij de toezending van de voorstellen voor extra pensioenjaren heeft verstrekt — Beroep tot schadevergoeding — Niet-eerbiediging van de vereisten van de precontentieuze fase — Niet-ontvankelijkheid)”2016/C 364/44Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partijen: Barroso Truta (Bofferdange, Luxemburg) e.a. (vertegenwoordigers: S. Orlandi en T. Martin, advocaten)
Verwerende partij: Hof van Justitie van de Europese Unie (vertegenwoordiger: J. Inghelram, gemachtigde)
Voorwerp
Verzoek om toekenning van een vergoeding aan verzoekers voor de materiële schade die zij hebben geleden als gevolg van het verlies van de pensioenrechten die zij in hun nationale regeling hadden verworven, na de overdracht daarvan aan de pensioenregeling van de Europese Unie
Dictum
1)
Het beroep wordt verworpen.
2)
Het Hof van Justitie van de Europese Unie draagt zijn eigen kosten en wordt verwezen in de kosten van Barroso Truta, Forli, Galante en Gradel.
( 1 ) PB C 414 van 14.12.2015, blz. 42.
Full & Egal Universal Law Academy