29.6.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 213/48
Beroep ingesteld op 22 april 2015 — ZZ/BHIM
(Zaak F-60/15)
(2015/C 213/78)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: ZZ (vertegenwoordiger: N. Lhoëst, advocaat)
Verwerende partij: Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen) (BHIM)
Voorwerp en beschrijving van het geding
Nietigverklaring van het besluit van de President van het BHIM van 4 juni 2014 tot beëindiging van verzoekers overeenkomst van tijdelijk functionaris alsmede verzoek om, indien mogelijk, weer in dienst te worden genomen bij het BHIM en, indien niet, een redelijke financiële vergoeding te krijgen voor de vermeende onrechtmatige beëindiging van zijn overeenkomst en, ten slotte, verzoek om vergoeding van de immateriële schade die hij zou hebben geleden
Conclusies van de verzoekende partij
—
nietig verklaren het besluit van de President van het BHIM van 4 juni 2014 tot beëindiging van verzoekers overeenkomst van tijdelijk functionaris;
—
dientengevolge, gelasten dat verzoeker weer in dienst wordt genomen en de verwerende partij veroordelen tot (i) betaling, bij wijze van schadevergoeding, van verzoekers bezoldiging over de periode tussen de inwerkingtreding van de beëindiging van zijn overeenkomst en de datum waarop hij als gevolg van de nietigverklaring van het bestreden besluit weer in dienst wordt genomen en (ii) herstel van zijn loopbaan die bij het bestreden besluit op onregelmatige wijze is geëindigd;
—
subsidiair, indien verzoekers reïntegratie grote praktische problemen meebrengt of buitensporig lijkt gelet op de situatie van derden, de verwerende partij veroordelen tot betaling van een redelijke financiële vergoeding voor de onrechtmatige beëindiging van zijn overeenkomst, daarbij niet alleen rekening houdend met het verlies van bezoldiging voor het verleden maar eveneens met verzoekers serieuze kans om tot zijn pensioenleeftijd op grond van een overeenkomst voor onbepaalde tijd in dienst te blijven van het BHIM en daar carrière te maken;
—
in elk geval, de verwerende partij veroordelen tot betaling van een vergoeding voor de geleden immateriële schade, welke ex aequo et bono op 15 000 EUR wordt begroot;
—
het BHIM verwijzen in alle kosten.
Full & Egal Universal Law Academy