8.5.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 144/34
Arrest van het Gerecht van 24 maart 2017 — Estland/Commissie
(Zaak T-117/15) (1)
((„Beroep tot nietigverklaring - Landbouw - Gemeenschappelijke ordening van de markten - Wegens de toetreding van nieuwe lidstaten vast te stellen maatregelen - Bedrag dat moet worden geheven voor de hoeveelheden niet-weggewerkte overtollige suiker - Verzoek tot wijziging van een eindbeschikking van de Commissie - Afwijzing van het verzoek - Niet voor beroep vatbare handeling - Bevestigende handeling - Ontbreken van nieuwe en wezenlijke elementen - Niet-ontvankelijkheid”))
(2017/C 144/44)
Procestaal: Ests
Partijen
Verzoekende partij: Republiek Estland (vertegenwoordiger: K. Kraavi-Käerdi, gemachtigde)
Verwerende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: aanvankelijk L. Naaber-Kivisoo en P. Ondrůšek, gemachtigden, vervolgens P. Ondrůšek, bijgestaan door M. Kärson, advocaat)
Interveniënte aan de zijde van verzoekende partij: Republiek Letland (vertegenwoordigers: I. Kalniņš en D. Pelše, gemachtigden)
Voorwerp
Verzoek krachtens artikel 263 VWEU, strekkende tot nietigverklaring van het besluit dat beweerdelijk is vervat in de brief van de Commissie van 22 december 2014 houdende weigering om haar besluit 2006/776/CE van 13 november 2006, betreffende de bedragen die moeten worden geheven voor de hoeveelheden niet-weggewerkte overtollige suiker (PB 2006, L 314, blz. 35), te wijzigen
Dictum
1)
Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard.
2)
De Republiek Estland wordt, behalve in haar eigen kosten, ook verwezen in de kosten van de Europese Commissie.
3)
De Republiek Letland zal haar eigen kosten dragen.
(1) PB C 171 van 26.5.2015.
Full & Egal Universal Law Academy