3.7.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 213/26
Arrest van het Gerecht van 16 mei 2017 — Landeskreditbank Baden-Württemberg/ECB
(Zaak T-122/15) (1)
([„Economisch en monetair beleid - Prudentieel toezicht op kredietinstellingen - Artikel 6, lid 4, van verordening (EU) nr. 1024/2013 - Artikel 70, lid 1, van verordening (EU) nr. 468/2014 - Gemeenschappelijk Toezichtsmechanisme - Bevoegdheden van de ECB - Decentrale uitoefening door de nationale autoriteiten - Beoordeling van de belangrijkheid van een kredietinstelling - Noodzaak van rechtstreeks toezicht door de ECB”])
(2017/C 213/34)
Procestaal: Duits
Partijen
Verzoekende partij: Landeskreditbank Baden-Württemberg — Förderbank (Karlsruhe, Duitsland) (vertegenwoordigers: aanvankelijk A. Glos, K. Lackhoff en M. Benzing, vervolgens A. Glos en M. Benzing, advocaten)
Verwerende partij: Europese Centrale Bank (vertegenwoordigers: aanvankelijk E. Koupepidou, R. Bax en A. Riso, vervolgens E. Koupepidou en R. Bax, gemachtigden, bijgestaan door H.-G. Kamann, advocaat)
Interveniënte aan de zijde van verwerende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: W. Mölls en K.-P. Wojcik, gemachtigden)
Voorwerp
Verzoek op grond van artikel 263 VWEU strekkende tot nietigverklaring van besluit ECB/SSM/15/1 van de ECB van 5 januari 2015, vastgesteld op grond van artikel 6, lid 4, en artikel 24, lid 7, van verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen (PB 2013, L 287, blz. 63), houdende weigering om verzoekster als een minder belangrijke entiteit in de zin van artikel 6, lid 4, van deze verordening te beschouwen
Dictum
1)
Het beroep wordt verworpen.
2)
Landeskreditbank Baden-Württemberg — Förderbank zal haar eigen kosten dragen alsmede de kosten welke de Europese Centrale Bank zijn opgekomen.
3)
De Europese Commissie zal haar eigen kosten dragen.
(1) PB C 178 van 1.6.2015.
Full & Egal Universal Law Academy