13.11.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 382/38
Arrest van het Gerecht van 4 oktober 2017 — Gappol Marzena Porczyńska/EUIPO — Gap (ITM) (GAPPOL)
(Zaak T-411/15) (1)
([„Uniemerk - Oppositieprocedure - Aanvraag voor Uniebeeldmerk GAPPOL - Ouder Uniewoordmerk GAP - Incidenteel beroep - Relatieve weigeringsgronden - Verwarringsgevaar - Artikel 8, lid 1, onder b), van verordening (EG) nr. 207/2009 [thans artikel 8, lid 1, onder b), van verordening (EU) 2017/1001] - Bekendheid - Voordeel dat ongerechtvaardigd wordt getrokken uit het onderscheidend vermogen of de reputatie - Artikel 8, lid 5, van verordening nr. 207/2009 (thans artikel 8, lid 5, van verordening 2017/1001) - Motiveringsplicht - Artikel 75 van verordening nr. 207/2009 (thans artikel 94 van verordening 2017/1001)”])
(2017/C 382/45)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: PP Gappol Marzena Porczyńska (Łódź, Polen) (vertegenwoordiger: J. Gwiazdowska, advocaat)
Verwerende partij: Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (vertegenwoordiger: D. Gája, gemachtigde)
Andere partij in de procedure voor de kamer van beroep van het EUIPO, interveniënte voor het Gerecht: Gap (ITM), Inc. (San Francisco, Californië, Verenigde Staten) (vertegenwoordigers: M. Siciarek en J. Mrozowski, advocaten)
Voorwerp
Beroep tegen de beslissing van de eerste kamer van beroep van het EUIPO van 13 mei 2015 (zaak R 686/2013-1) inzake een oppositieprocedure tussen Gap (ITM) en PP Gappol Marzena Porczyńska
Dictum
1)
De beslissing van de eerste kamer van beroep van het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (EUIPO) van 13 mei 2015 (zaak R 686/2013-1) wordt vernietigd voor zover de kamer van beroep de aanvraag tot inschrijving voor de waren van klasse 20 die worden omschreven als „meubelen”, heeft afgewezen op grond van artikel 8, lid 5, van verordening (EG) nr. 207/2009 van de Raad van 26 februari 2009 inzake het Uniemerk [thans artikel 8, lid 5, van verordening (EU) 2017/1001 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 inzake het Uniemerk].
2)
Het beroep wordt verworpen voor het overige.
3)
Elke partij draagt haar eigen kosten in de procedure voor het Gerecht.
(1) PB C 328 van 5.10.2015.
Full & Egal Universal Law Academy