Zaak T-616/15: Arrest van het Gerecht van 3 juli 2018 — Transtec/Commissie („EOF — ACS-landen — Overeenkomst van Cotonou — Steunprogramma voor culturele initiatieven in de Portugeestalige landen van Afrika — Bedragen die de Commissie heeft uitbetaald aan de organisatie belast met de financiële uitvoering van het programma in Guinee-Bissau — Invordering naar aanleiding van een financiële audit — Verrekening van schuldvorderingen — Evenredigheid — Ongerechtvaardigde verrijking — Niet-contractuele aansprakelijkheid”)
C2942018NL4220120180703NL0056422432
Arrest van het Gerecht van 3 juli 2018 — Transtec/Commissie
(Zaak T-616/15) ( 1 )
„(„EOF — ACS-landen — Overeenkomst van Cotonou — Steunprogramma voor culturele initiatieven in de Portugeestalige landen van Afrika — Bedragen die de Commissie heeft uitbetaald aan de organisatie belast met de financiële uitvoering van het programma in Guinee-Bissau — Invordering naar aanleiding van een financiële audit — Verrekening van schuldvorderingen — Evenredigheid — Ongerechtvaardigde verrijking — Niet-contractuele aansprakelijkheid”)”2018/C 294/56Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: Transtec (Brussel, België) (vertegenwoordiger: L. Levi, advocaat)
Verwerende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: aanvankelijk A. Aresu en S. Bartelt, vervolgens A. Aresu, gemachtigden)
Voorwerp
Ten eerste, een verzoek krachtens artikel 263 VWEU tot nietigverklaring van de verrekeningsbesluiten in de brieven van de Commissie van 27 augustus, 7, 16, 23 en 25 september 2015, tot invordering van het bedrag van 624388,73 EUR, zijnde een deel van de voorschotten die aan verzoekster zijn uitgekeerd in het kader van een steunprogramma voor culturele initiatieven in Guinee-Bissau, gefinancierd door het negende Europese Ontwikkelingsfonds (EOF), vermeerderd met vertragingsrente, en, ten tweede, een verzoek krachtens artikel 268 VWEU tot restitutie van de bedragen die verband zouden houden met ongerechtvaardigde verrijking, en tot vergoeding van de schade die verzoekster zou hebben geleden vanwege het gedrag van de Commissie
Dictum
1)
De verrekeningsbesluiten die zijn vervat in de brieven van de Europese Commissie van 27 augustus, 7, 16, 23 en 25 september 2015, tot invordering van het bedrag van 624388,73 EUR, dat overeenkomt met een deel van de voorschotten die aan verzoekster zijn betaald in het kader van een steunprogramma voor culturele initiatieven in Guinee-Bissau, gefinancierd uit het negende Europees ontwikkelingsfonds (EOF), vermeerderd met vertragingsrente, worden gedeeltelijk nietig verklaard, voor zover zij betrekking hebben op de invordering van een bedrag van 312265,42 EUR, dat overeenkomt met de niet in aanmerking komende uitgaven die zijn geïdentificeerd in financiële constatering nr. 2 van EOF-auditverslag 2007/20859 over het programmabestek voor doorloop en afronding, met nummer FED/2010/249 005.
2)
Het beroep wordt verworpen voor het overige.
3)
De Commissie en Transtec zullen elk hun eigen kosten dragen.
( 1 ) PB C 27 van 25.1.2016.
Full & Egal Universal Law Academy