29.2.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 78/20
Beschikking van het Gerecht van 15 december 2015 — CCPL e.a./Commissie
(Zaak T-522/15) (1)
((„Kort geding - Mededinging - Mededingingsregelingen - Verpakkingen van levensmiddelen voor de detailhandel - Besluit waarbij geldboeten worden opgelegd - Bankgarantie - Verzoek tot opschorting van de tenuitvoerlegging - Fumus boni juris - Spoedeisendheid - Belangenafweging”))
(2016/C 078/30)
Procestaal: Italiaans
Partijen
Verzoekende partijen: CCPL — Consorzio Cooperative di Produzione e Lavoro SC (Reggio Emilia, Italië), Coopbox group SpA (Reggio Emilia), Poliemme Srl (Reggio Emilia), Coopbox Hispania, SL (Lorca, Spanje), Coopbox Eastern s.r.o. (Nové Mesto nad Váhom, Slowakije) (vertegenwoordigers: S. Bariatti en E. Cucchiara, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: aanvakelijk F. Jimeno Fernandez, A. Biolan en P. Rossi, vervolgens F. Jimeno Fernandez, P. Rossi en L. Malferrari, gemachtigden)
Voorwerp
Verzoek tot opschorting van de tenuitvoerlegging van besluit C(2015) 4336 final van de Commissie van 24 juni 2015 inzake een procedure op grond van artikel 101 VWEU en artikel 53 van de EER-Overeenkomst (zaak AT.39563 — Verpakkingen van levensmiddelen voor de detailhandel), voor zover verzoeksters daarbij worden verplicht tot het stellen van een bankgarantie of tot voorlopige betaling van het bedrag van de opgelegde geldboeten als voorwaarde ter voorkoming van de onmiddellijke invordering van dat bedrag
Dictum
1)
De verplichting van verzoeksters, CCPL — Consorzio Cooperative di Produzione e Lavoro SC, Coopbox group SpA, Poliemme Srl, Coopbox Hispania, SL en Coopbox Eastern s.r.o., om ten gunste van de Europese Commissie een bankgarantie te stellen ter voorkoming van de onmiddellijke invordering van de geldboeten die hun zijn opgelegd bij artikel 2 van besluit C(2015) 4336 final van de Commissie van 24 juni 2015 inzake een procedure op grond van artikel 101 VWEU en artikel 53 van de EER-Overeenkomst (zaak AT.39563 — Verpakkingen van levensmiddelen voor de detailhandel), wordt opgeschort op voorwaarde dat verzoeksters:
—
binnen één maand na de kennisgeving van de onderhavige beschikking en vervolgens om de drie maanden tot de beslissing in de hoofdzaak en bij iedere gebeurtenis die een invloed kan hebben op hun toekomstige vermogen om de opgelegde geldboeten te betalen, bij de Commissie een uitvoerig schriftelijk verslag indienen over de tenuitvoerlegging van het herstructureringsplan van het CCPL-concern en het bedrag van de inkomsten uit de verkoop van de activa van dat concern zowel ter uitvoering van dat plan als „buiten” dat plan;
—
aan de Commissie 5 miljoen EUR betalen, zodra zij dat bedrag uit die verkoop ontvangen, en alle inkomsten uit de voorgenomen verkoop van de deelnemingen in Refincoop SpA, Erzelli Energia Srl en Smec Srl doorstorten, zodra die inkomsten zijn verkregen.
2)
De beslissing omtrent de kosten wordt aangehouden.
(1) PB C 354 van 26.10.2015.
Full & Egal Universal Law Academy