T‑70/1562015TJ0070EU:T:2016:59200011133TARREST VAN HET GERECHT (Zevende kamer)30 september 2016 (
1
)
„Mededinging — Misbruik van een machtspositie — Besluit waarbij een inbreuk op artikel 102 VWEU wordt vastgesteld — Vaststelling door de havenautoriteit van Split van maximumtarieven voor havendiensten gericht op het binnenverkeer — Afwijzing van een klacht — Behandeling van de zaak door een mededingingsautoriteit van een lidstaat — Geen belang van de Unie”
In zaak T‑70/15,
Trajektna luka Split d.d., gevestigd te Split (Kroatië), vertegenwoordigd door M. Bauer, H.‑J. Freund en S. Hankiewicz, advocaten,
verzoekster,
tegen
Europese Commissie, vertegenwoordigd door C. Giolito, C. Urraca Caviedes en I. Zaloguin als gemachtigden,
verweerster,
betreffende een beroep krachtens artikel 263 VWEU tot nietigverklaring van besluit C(2014) 9236 final van de Commissie van 28 november 2014 tot afwijzing van de door verzoekster ingediende klacht inzake beweerdelijk door de havenautoriteit van Split begane inbreuken op artikel 102 VWEU en door de Republiek Kroatië of de havenautoriteit van Split begane inbreuken op de artikelen 102 en 106 VWEU (zaak AT.40199 – Haven van Split),
wijst HET GERECHT (Zevende kamer),
ten tijde van de beraadslagingen samengesteld als volgt: M. van der Woude, president, I. Ulloa Rubio (rapporteur) en A. Marcoulli, rechters,
griffier: E. Coulon,
het navolgende
Arrest ( 2 )
Voorgeschiedenis van het geding
[omissis]
Procedure en conclusies van partijen
[omissis]
In rechte
Bevoegdheid van het Gerecht
[omissis]
Ten gronde
[omissis]
Eerste grond, betreffende de waarschijnlijkheid dat het bestaan van een inbreuk kan worden aangetoond
[omissis]
26
In de tweede plaats dient eraan te worden herinnerd dat, waar verzoekster betoogt dat de Commissie het bestaan van een belang van de Unie niet mag uitsluiten op basis van de stelling dat de NMA de zaak reeds heeft behandeld terwijl zij tegelijkertijd erkent dat artikel 13, lid 2, van verordening nr. 1/2003 in dit geval niet van toepassing is, die bepaling, net als alle andere voorschriften van deze verordening, betrekking heeft op situaties waarin uitvoering wordt gegeven aan de artikelen 101 en 102 VWEU (arrest van 21 januari 2015, easyJet Airline/Commissie, T‑355/13, EU:T:2015:36, punt 43).
27
Bijgevolg kan de Commissie een klacht enkel op basis van artikel 13, lid 2, van verordening nr. 1/2003 afwijzen indien deze is onderzocht aan de hand van de mededingingsregels van de Unie (arrest van 21 januari 2015, easyJet Airline/Commissie, T‑355/13, EU:T:2015:36, punt 44).
28
Terwijl partijen het erover eens zijn dat de NMA zich enkel op nationaal Kroatisch recht heeft gebaseerd, dient in dit geval evenwel te worden opgemerkt dat de Commissie zich er in de punten 14 en 15 van het bestreden besluit toe heeft beperkt het door verzoekster in haar e-mail van 19 augustus 2014 geformuleerde argument te bevestigen dat geen beroep kan worden gedaan op artikel 13, lid 2, van verordening nr. 1/2003 aangezien de NMA in haar besluit enkel op basis van het nationale recht heeft beslist.
29
De Commissie heeft in de punten 15 en 18 van het bestreden besluit dus terecht geoordeeld dat artikel 13, lid 2, van verordening nr. 1/2003 in dit geval niet van toepassing is.
[omissis]
33
Wat in de derde plaats verzoeksters argument betreft dat de NMA het Unierecht niet heeft toegepast en geen deugdelijke beoordeling van de situatie heeft verricht, betwist verzoekster niet dat de nationaalrechtelijke bepalingen waarop zij haar klacht ook zelf heeft gegrond, de tegenhangers zijn van de artikelen 101 en 102 VWEU, zoals zojuist is opgemerkt in punt 30 hierboven. Bijgevolg dient te worden geoordeeld dat de conclusies van de NMA dezelfde zouden zijn geweest indien zij haar analyse had verricht op basis van die artikelen.
34
Verder kunnen marktdeelnemers die menen het slachtoffer te zijn van een inbreuk, de Commissie niet beschouwen als hogerberoepsinstantie met de bevoegdheid om besluiten van een nationale autoriteit waarin niet in positieve zin op hun klacht is beslist, nietig te verklaren. Het toezicht op de besluiten van de mededingingsautoriteiten van de lidstaten komt immers enkel toe aan de nationale rechterlijke instanties, die een essentiële rol vervullen bij de toepassing van de mededingingsregels van de Unie (zie in deze zin arrest van 21 januari 2015, easyJet Airline/Commissie, T‑355/13, EU:T:2015:36, punt 20).
[omissis]
Tweede grond, betreffende de stelling dat de nationale rechters en autoriteiten beter in staat lijken om de opgeworpen vragen te behandelen
[omissis]
52
Ten derde betoogt verzoekster dat de Commissie nog niet in de praktijk heeft kunnen vaststellen of de nationale rechterlijke instanties in Kroatië in staat zijn een dergelijke zaak te behandelen, aangezien de Republiek Kroatië een betrekkelijk nieuw lid van de Unie is. Gelet daarop was de Commissie gehouden om de zaak diepgaander te onderzoeken, temeer omdat tot dusverre nog geen enkele nationale rechter het mededingingsrecht van de Unie heeft toegepast.
53
Onderstreept dient te worden dat de Republiek Kroatië pas heeft kunnen toetreden tot de Unie nadat zij had voldaan aan de politieke en economische criteria en de op kandidaat-lidstaten rustende verplichtingen zoals op 21 en 22 juni 1993 vastgesteld door de Europese Raad in Kopenhagen (Denemarken). Volgens deze criteria dient de kandidaat-lidstaat onder meer in staat te zijn om te voldoen aan de uit de toetreding voortvloeiende verplichtingen, waartoe in het bijzonder behoort het vermogen om op doeltreffende wijze uitvoering te geven aan de voorschriften, normen en het beleid die tezamen het geheel van de Uniewetgeving vormen.
54
Het vermogen van de Kroatische rechterlijke instanties om het Unierecht toe te passen, kan dus niet principieel in twijfel worden getrokken.
55
In dit geval dient te worden geconstateerd dat verzoekster geen specifieke bewijzen heeft aangedragen waaruit zou blijken dat de Kroatische rechterlijke instanties niet in staat zijn de betrokken situatie te beoordelen.
[omissis]
Derde grond, betreffende de invloed op de werking van de interne markt
[omissis]
De omstandigheid dat de Commissie over dezelfde zaak nog andere klachten heeft ontvangen
[omissis]
Kosten
[omissis]
HET GERECHT (Zevende kamer),
rechtdoende, verklaart:
1)
Het beroep wordt verworpen.
2)
Trajektna luka Split d.d. wordt verwezen in de kosten.
Van der Woude
Ulloa Rubio
Marcoulli
Uitgesproken ter openbare terechtzitting te Luxemburg op 30 september 2016.
ondertekeningen
( 1 ) Procestaal: Engels.
( 2 ) Enkel de punten van dit arrest waarvan het Gerecht publicatie nuttig acht, worden weergegeven.
Full & Egal Universal Law Academy