16.3.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 89/40
Beroep ingesteld op 23 januari 2015 — Hispasat/Commissie
(Zaak T-36/15)
(2015/C 089/48)
Procestaal: Spaans
Partijen
Verzoekende partij: Hispasat, SA (Madrid, Spanje) (vertegenwoordigers: J. Buendía Sierra, A. Lamadrid de Pablo en A. Balcells Cartagena, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
nietigverklaring van de litigieuze beschikking, in het bijzonder van artikel 1 van de beschikking, voor zover daarbij staatssteun met betrekking tot HISPASAT onverenigbaar met de interne markt wordt verklaard;
—
dientengevolge, nietigverklaring van de in de artikelen 3 en 4 van de beschikking opgenomen terugvorderingsbevelen, en
—
verwijzing van de Commissie in de kosten van de onderhavige procedure.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekster vijf middelen aan.
1.
Verzoekster is van mening dat de Commissie, door HISPASAT S.A. als de directe begunstigde van de bestreden maatregel aan te merken, blijk heeft gegeven van een kennelijk onjuiste opvatting van de feiten die moet leiden tot de nietigverklaring van de beschikking, aangezien die onderneming niet heeft deelgenomen aan de maatregelen en niet is begunstigd door die maatregelen. Voorts stelt verzoekster schending van het beginsel van behoorlijk bestuur, doordat de Commissie na de opening van het onderzoek, zonder de feitelijke situatie te onderzoeken en zonder het HISPASAT S.A. mogelijk te maken in de loop van de administratieve procedure te worden gehoord, verzoekster als begunstigde van de maatregelen heeft aangemerkt.
2.
Subsidiair betoogt verzoekster dat de Commissie de artikelen 106 en 107 VWEU alsook het aan de Verdragen gehechte protocol nr. 26 heeft geschonden, aangezien de door de beschikking bestreden maatregelen geen staatssteun vormen, omdat er geen sprake is van een economische activiteit, maar wel een eigen activiteit van de overheidsinstanties als overheid. Meer subsidiair is verzoekster van mening dat in de litigieuze beschikking ten onrechte is geconcludeerd dat de bestreden maatregelen geen verband hielden met het verrichten van een dienst van algemeen economisch belang (DAEB) en dat derhalve een onjuiste beoordeling is gemaakt van de toepasbaarheid van de Altmark-rechtspraak en van beschikking 2005/842/EG betreffende de toepassing van artikel 86, lid 2, van het EG-Verdrag op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst die aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen wordt toegekend (DAEB-beschikking), die had kunnen leiden tot de vaststelling dat er geen sprake was van steun of dat eventuele steun verenigbaar was met de interne markt.
3.
Verzoekster is voorts van mening dat de bestreden maatregelen de mededinging of het handelsverkeer tussen de lidstaten niet kunnen verstoren.
4.
Voorts betoogt verzoekster dat in de litigieuze beschikking een kennelijk onjuiste beoordeling van de verenigbaarheid van de steunmaatregel in de zin van artikel 107, lid 3, onder c), VWEU is gemaakt: (i) in de eerste plaats door het beginsel van technologische neutraliteit als een absoluut beginsel aan te merken; (ii) in de tweede plaats door de bestreden maatregelen in strijd te achten met de technologische neutraliteit ondanks de andersluidende conclusies in de door de deelregering, de Spaanse centrale autoriteiten en een particuliere marktdeelnemer ingediende technische verslagen; (iii) in de derde plaats door te concluderen dat de bestreden maatregelen geschikt noch evenredig waren, en (iv) in de vierde plaats door te stellen dat de maatregel de mededinging onnodig verstoort.
5.
Subsidiair betoogt verzoekster dat de beschikking in strijd is met verordening nr. 659/1999, doordat daarin een onjuiste analyse van bestaande steun in de zin van artikel 1, onder b), v), is gemaakt.
Full & Egal Universal Law Academy