11.5.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 155/31
Beroep ingesteld op 27 februari 2015 — Dextro Energy/Commissie
(Zaak T-100/15)
(2015/C 155/37)
Procestaal: Duits
Partijen
Verzoekende partij: Dextro Energy GmbH & Co. KG (Krefeld, Duitsland) (vertegenwoordigers: M. Hagenmeyer en T. Teufer, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
nietigverklaring van verordening (EU) nr. 2015/8 van de Commissie van 6 januari 2015 tot weigering van een vergunning voor bepaalde gezondheidsclaims voor levensmiddelen die niet over ziekterisicobeperking en de ontwikkeling en de gezondheid van kinderen gaan (PB L 3, blz. 6);
—
verwijzing van verweerster in de kosten van de procedure.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekster vier middelen aan.
Eerste middel: schending van artikel 18, lid 4, van verordening nr. 1924/2006 (1)
Verzoekster betoogt dat er geen redenen zijn die rechtvaardigen dat een vergunning voor de vijf claims werd geweigerd hoewel de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid daarover vijf positieve wetenschappelijke beoordelingen had uitgebracht. De vijf claims maken geen inbreuk op algemeen erkende voedings- en gezondheidsbeginselen en sturen evenmin een tegenstrijdig en verwarrend signaal naar de consumenten. Zij zijn voorts niet dubbelzinnig of misleidend.
Tweede middel: onevenredigheid
Verzoekster betoogt dat het door de afwijzing van de aanvragen toepasselijke absolute reclameverbod onevenredig is, gelet op de positieve adviezen van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid over verzoeksters vijf gezondheidsclaims.
Derde middel: schending van het gelijkheidsbeginsel
Verzoekster betoogt dat verweerster een vergunning heeft geweigerd voor wetenschappelijk onbetwiste gezondheidsclaims, hoewel zij in het verleden vergelijkbare claims heeft toegestaan.
Vierde middel: ontoereikende motivering
Ten slotte betoogt verzoekster dat de bestreden verordening geen toereikende motivering bevat. Het blijkt niet dat verweerster rekening heeft gehouden met de argumenten van verzoekster en het publiek, noch dat zij deze argumenten op zijn minst autonoom heeft onderzocht.
(1) Verordening (EG) nr. 1924/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 inzake voedings- en gezondheidsclaims voor levensmiddelen (PB L 404, blz. 9).
Full & Egal Universal Law Academy