11.5.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 155/33
Beroep ingesteld op 4 maart 2015 — RFA International/Commissie
(Zaak T-113/15)
(2015/C 155/39)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: RFA International, LP (Calgary, Canada) (vertegenwoordigers: B. Evtimov en M. Krestiyanova, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
volledige of gedeeltelijke nietigverklaring van de uitvoeringsbesluiten C(2014) 9805 definitief, C(2014) 9806 definitief, C(2014) 9807 definitief, C(2014) 9808 definitief, C(2014) 9811 definitief, C(2014) 9812 definitief en C(2014) 9816 definitief van de Commissie van 18 december 2014 betreffende verzoeken om terugbetaling van over de invoer van ferrosilicium van oorsprong uit Rusland betaalde antidumpingrechten;
—
verwijzing van de Commissie in de kosten van de onderhavige procedure en in die welke door deze procedure zullen opkomen.
Middelen en voornaamste argumenten
Verzoekster baseert haar verzoek op drie middelen.
1.
Eerste middel: verkeerde toepassing van het recht door de Commissie als gevolg van schending en/of onjuiste uitlegging van artikel 2, lid 9, van de basisverordening inzake anti-dumping (1) en/of van kennelijk onjuiste beoordeling bij de vaststelling dat één enkele economische eenheid irrelevant is in de context van artikel 2, lid 9, van de basisverordening, met inbegrip van rechterlijke controle. Verzoekster betwist ook de gevolgtrekking dat een volledige aftrek van alle aangegeven verkoopkosten en winst, waaronder kosten in verband met de export en een redelijke winst van een niet-gelieerde importeur, van de samengestelde uitvoerprijs gerechtvaardigd was;
2.
Tweede middel: schending van artikel 11, lid 10, van de basisverordening inzake anti-dumping (2) en kennelijk onjuiste beoordeling doordat de Commissie de antidumpingrechten van de samengestelde uitvoerprijs heeft afgetrokken. Volgens verzoekster had de Commissie zelfs bij de door hem gevolgde methode tot de bevinding moeten komen dat was voldaan aan de voorwaarden van artikel 11, lid 10, althans wat het deel van de gevraagde bedragen betreft. Het tweede middel stelt ook schending van artikel 11, lid 9, van de basisverordening als gevolg van de methode van de Commissie tot beoordeling of de rechten naar behoren worden weerspiegeld in de wederverkoopprijs, die verschilde van de methode die is gebruikt in het laatste onderzoek dat leidde tot instelling van het recht;
3.
Derde middel: schending van artikel 11, lid 9, van de basisverordening inzake anti-dumping (3) en artikel 18.3.1 van de WHO-antidumpingovereenkomst toen de Commissie tot vaststelling van de samengestelde normale waarden een nieuwe methode toepaste en deze methode niet kon rechtvaardigen door enige relevante wijziging in de omstandigheden.
(1) Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (PB L 343).
(2) Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (PB L 343).
(3) Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (PB L 343).
Full & Egal Universal Law Academy