11.5.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 155/36
Beroep ingesteld op 26 maart 2015 — Italië/Commissie
(Zaak T-135/15)
(2015/C 155/43)
Procestaal: Italiaans
Partijen
Verzoekende partij: Italiaanse Republiek (vertegenwoordigers: C. Colelli, staatsadvocaat, en G. Palmieri, gemachtigde)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
nietigverklaring van uitvoeringsbesluit 2015/103 van de Europese Commissie van 16 januari 2015 [kennisgeving geschied onder nummer C(2015) 53 final] houdende onttrekking aan EU-financiering van bepaalde uitgaven die de lidstaten hebben verricht in het kader van het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) of in het kader van het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo), voor zover het voorwerp is van het onderhavige beroep;
—
verwijzing van de Commissie in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
De verzoekende partij komt met name op tegen:
(a)
het onderdeel van het besluit waarin naar aanleiding van onderzoek EX/2010/010 met betrekking tot de suikersector een financiële correctie van 9 0 4 98 735,16 EUR is opgelegd voor de begrotingsjaren 2007, 2008 en 2009 op basis van een vermeende „incorrecte interpretatie van de suikerproductie”;
(b)
het onderdeel van het besluit waarin naar aanleiding van onderzoek CEB/2011/090 met betrekking tot afzetbevorderingsmaatregelen onder meer een financiële correctie van 1 6 07 275,90 EUR is opgelegd voor het begrotingsjaar 2010 wegens „laattijdige betalingen”;
(c)
het onderdeel van het besluit waarin naar aanleiding van onderzoek LA/2009/006 met betrekking tot „voorlichtings- en afzetbevorderingsacties voor landbouwproducten op de binnenmarkt en in derde landen” onder meer een financiële correctie van 1 1 98 831,03 EUR is opgelegd wegens „laattijdige betalingen”;
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij zes middelen aan.
1.
Eerste middel: schending van artikel 31, lid 4, van verordening (EG) nr. 1290/2005 van de Raad van 21 juni 2005 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (PB L 209, blz. 1) en van het recht van verweer van de lidstaat.
2.
Tweede middel: schending van artikel 11 van verordening (EG) nr. 885/2006 van de Commissie van 21 juni 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van verordening (EG) nr. 1290/2005 van de Raad met betrekking tot de erkenning van de betaalorganen en andere instanties en de goedkeuring van de rekeningen inzake het ELGF en het ELFPO (PB L 171, blz. 60); schending van de verordeningen (EG) nr. 320/2006 van de Raad van 20 februari 2006 tot instelling van een tijdelijke regeling voor de herstructurering van de suikerindustrie in de Europese Gemeenschap en tot wijziging van verordening (EG) nr. 1290/2005 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (PB L 58, blz. 42), en nr. 968/2006 van de Commissie van 27 juni 2006 houdende uitvoeringsbepalingen voor verordening (EG) nr. 320/2006 van de Raad tot instelling van een tijdelijke regeling voor de herstructurering van de suikerindustrie in de Europese Gemeenschap (PB L 176, blz. 32), en schending van het arrest van het Hof van Justitie van 14 november 2013, gevoegde zaken C-187/12, C-188/12 en C-189/12, SFIR e.a. (EU:C:2013:737).
3.
Derde middel: schending van het vertrouwensbeginsel, het beginsel ne bis in idem en de verplichting tot loyale samenwerking.
4.
Vierde middel: schending van artikel 31, lid 3, tweede alinea, van verordening nr. 1290/2005; schending van artikel 11, lid 3, tweede alinea, en hoofdstuk 3 van verordening nr. 885/2006, en schending van de richtsnoeren van de Commissie in document nr. VI/5330/97.
5.
Vijfde middel: schending van artikel 9, lid 3, van verordening nr. 883/2006, ongelijke behandeling en verdraaiing van de feiten.
6.
Zesde middel: schending van artikel 20 van verordening nr. 501/2008, het vertrouwensbeginsel en het beginsel van de toerekenbaarheid van de financiële correcties aan de lidstaten.
Full & Egal Universal Law Academy