1.6.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 178/20
Beroep ingesteld op 29 maart 2015 — Roemenië/Commissie
(Zaak T-145/15)
(2015/C 178/20)
Procestaal: Roemeens
Partijen
Verzoekende partij: Roemenië (vertegenwoordigers: R. Radu, V. Angelescu, R. Mangu, D. Bulancea, gemachtigden)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
gedeeltelijke nietigverklaring van uitvoeringsbesluit (EU) 2015/103 van de Commissie van 16 januari 2015 houdende onttrekking aan EU-financiering van bepaalde uitgaven die de lidstaten hebben verricht in het kader van het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) of in het kader van het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo);
—
verwijzing van verweerster in de kosten van de procedure.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van zijn beroep voert verzoeker drie middelen aan.
1.
Onjuiste uitoefening door de Europese Commissie van haar bevoegdheid om bedragen uit te sluiten van financiering door de Europese Unie
—
Door de bij uitvoeringsbesluit (EU) 2015/103 vastgestelde forfaitaire correcties toe te passen, heeft de Commissie haar bevoegdheid onjuist uitgeoefend, in strijd met artikel 52 van verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad en de richtsnoeren van de Commissie voor de toepassing van de financiële correcties die zijn vervat in document VI/5330/97 van de Commissie van 23 december 1997, met als titel „Richtsnoeren voor de berekening van de financiële consequenties bij de voorbereiding van de beschikking inzake de goedkeuring van de rekeningen in het kader van het EOGFL, afdeling Garantie”.
—
De Commissie moest correcties vaststellen op basis van de bedragen waarvan is vastgesteld dat Roemenië ze ten onrechte heeft uitgegeven en mocht geen forfaitaire percentages toepassen, aangezien dat gelet op de aard van de situatie niet vereist was en de Roemeense Staat de Commissie de informatie heeft verstrekt die noodzakelijk is om berekende correcties vast te stellen. In de onderhavige situatie kan niet worden aangenomen dat de vaststelling van op basis van het daadwerkelijke verlies van middelen berekende correcties bovenmatige inspanningen van de Commissie zou hebben gevergd.
2.
Ontoereikende motivering van het bestreden besluit
—
Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/103 is ontoereikend gemotiveerd, doordat de Commissie bij de vaststelling van dat besluit ontoereikend heeft gemotiveerd waarom zij ervoor heeft gekozen een forfaitair percentage toe te passen voor de bij de audits vastgestelde onregelmatigheden en niet naar behoren heeft gerechtvaardigd waarom de door Roemenië aangevoerde argumenten inzake de mogelijkheid om een berekende correctie toe te passen, niet kunnen worden aanvaard en in aanmerking worden genomen bij de vaststelling van de definitieve correctie.
3.
Schending van het evenredigheidsbeginsel
—
Het bestreden besluit is in strijd met het evenredigheidsbeginsel, doordat de toepassing van forfaitaire correctiepercentages van 10 % voor de uitgaven van aanvraagjaar 2009 en van 5 % voor aanvraagjaar 2010 heeft geleid tot een overschatting van het verlies van EU-middelen als gevolg van de bij de audits vastgestelde onregelmatigheden, aangezien die percentages geen rekening houden met de aard en de ernst van de inbreuk noch met de financiële gevolgen van die inbreuk voor de begroting van de Unie.
Full & Egal Universal Law Academy