7.9.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 294/68
Beroep ingesteld op 1 april 2015 — Brinkmann (Steel Trading) e.a./Commissie en ECB
(Zaak T-161/15)
(2015/C 294/83)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partijen: Brinkmann (Steel Trading) Ltd (Londen, Verenigd Koninkrijk), Dalmar investments Ltd (Tortola, Britse Maagdeneilanden), Darlows Consultants Ltd (Nassau, Bahama’s), Forestborne Ltd (Tortola), International Corporate Management Company SA (Luxemburg, Luxemburg), Kraxis Investments Ltd (Nicosia, Cyprus), Magnamox Management Ltd (Nicosia), Megamatic Technologies Ltd (Nicosia), Windward Yachting Ltd (Sliema, Malta), Chupit Ltd (Nicosia), Coburg Investments (Overseas) Ltd (Nicosia), First Trade International Ltd (Tortola), Fitinvest Ltd (Limassol, Cyprus), Halman Consultants (Overseas) Ltd (Tortola), Limtan Investments Ltd (Larnaca, Cyprus), Minnesota Trading Ltd (Nicosia), Protoconsult Ltd (Nicosia), Transcoal Trading Ltd (Nicosia) en Veft Management Ltd (Nicosia) (vertegenwoordiger: R. Nowinski, barrister)
Verwerende partijen: Europese Commissie en Europese Centrale Bank
Conclusies
Verzoeksters verzoeken het Gerecht:
—
de Europese Unie te gelasten tot vergoeding van de schade die zij hebben geleden ten gevolge van de vaststelling en de toepassing van het memorandum van overeenstemming over de specifieke economische beleidsvoorwaarden, ten belope van het in het verzoekschrift vermelde bedrag of enig ander bedrag dat het Gerecht passend acht;
—
de Europese Unie te verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Tot staving van hun beroep voeren verzoeksters drie middelen aan.
1.
De Europese Commissie en de ECB hebben artikel 18 VWEU en artikel 21, lid 2, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie geschonden, aangezien zij onrechtmatig gehandeld hebben, meer bepaald door Cyprus discriminerend te behandelen en daardoor ook degenen die deposito’s aanhielden bij Cypriotische banken te discrimineren.
2.
De Europese Commissie en de ECB hebben onrechtmatig gehandeld, aangezien zij het recht van de depositohouders op bescherming van hun eigendom, dat is gewaarborgd door het Handvest van de grondrechten, hebben geschonden.
3.
De Europese Commissie en de ECB hebben artikel 5, lid 4, VEU geschonden. Zij hebben namelijk onrechtmatig gehandeld en hebben meer bepaald het evenredigheidsbeginsel geschonden door het memorandum van overeenstemming over de specifieke economische beleidsvoorwaarden op te stellen, waarover de Commissie en de ECB in opdracht van het Europees Stabiliteitsmechanisme hebben onderhandeld.
Full & Egal Universal Law Academy