1.6.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 178/22
Beroep ingesteld op 2 april 2015 — Delta Group agroalimentare/Commissie
(Zaak T-163/15)
(2015/C 178/22)
Procestaal: Italiaans
Partijen
Verzoekende partij: Delta Group agroalimentare Srl (Porto Viro, Italië) (vertegenwoordiger: V. Migliorini, advocaat)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:
—
de aan de heer Scabin, wettelijke vertegenwoordiger van verzoekende partij gerichte brief met als kenmerk Ares (2015) 528512 van de Europese Commissie — Directeur generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling Jerzy Plewa — van 9 februari 2015, die dezelfde dag werd ontvangen, houdende afwijzing van het verzoek van verzoekende partij van 13 januari 2015 om een maatregel op grond van artikel 219, lid 1, of artikel 221 van verordening (EU) nr. 1308/2013, en in het bijzonder om de vaststelling van uitvoerrestituties voor pluimveevlees, van nul en generlei waarde en in elk geval nietig te verklaren;
—
de Commissie te verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij twee middelen aan.
1.
Eerste middel, ontleend aan een kennelijke beoordelingsfout en aan schending van de artikelen 219, lid 1, en 221 van verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (PB L 347, blz. 671).
—
Dienaangaande wordt aangevoerd dat de stelling van de Commissie, dat uit de statistieken van de handel tijdens de eerste elf maanden van 2014 blijkt dat de uitvoer met 5 % is gestegen ten opzichte van dezelfde periode in 2013, wordt tegengesproken door de tabel aan de rechterkant op blz. 19 van het door de Commissie zelf aangehaalde rapport van het Comité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten van 22 januari 2015 over de situatie van de markt van pluimveevlees, waaruit blijkt dat tijdens de eerste elf maanden van 2013 pluimveevlees voor een bedrag 1 93 6 0 00 000 EUR uit de Unie is uitgevoerd, terwijl in de eerste elf maanden van 2014 slechts pluimveevlees voor een bedrag van 1 88 6 8 38 000 EUR werd uitgevoerd, wat dus een daling met 2,5 % in de plaats van een stijging met 5 % is, en dat de Commissie ook verkeerdelijk heeft geoordeeld dat de prijzen „stabiel” waren, terwijl deze aanzienlijk, namelijk met ongeveer 8 %, zijn gedaald, zoals kan worden uitgemaakt uit blz. 9 van het rapport, hetgeen dus een kennelijke beoordelingsfout en een schending van de artikelen 219, lid 1, en 221 van verordening (EU) nr. 1308/2013 oplevert.
2.
Tweede middel, ontleend aan schending van wezenlijke vormvoorschriften en in het bijzonder van artikel 5 van verordening (EU) nr. 182/2011.
—
Dienaangaande wordt aangevoerd dat de Commissie het verzoek om een maatregel op grond van artikel 221 van verordening (EU) nr. 1308/2013 heeft afgewezen zonder eerst het advies van het Comité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten in te winnen. Daardoor heeft zij inbreuk gemaakt op de wezenlijke vormvoorschriften vastgesteld in artikel 5 van verordening (EU) nr. 182/2011, dat van toepassing is als gevolg van de verwijzing in artikel 229 van verordening (EU) nr. 1308/2013, waarnaar dan weer wordt verwezen door artikel 221 van laatstgenoemde verordening.
Full & Egal Universal Law Academy