27.7.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 245/29
Beroep ingesteld op 1 april 2015 — Helleense Republiek/Commissie
(Zaak T-168/15)
(2015/C 245/35)
Procestaal: Grieks
Partijen
Verzoekende partij: Helleense Republiek (vertegenwoordigers: G. Kanellopoulos, E. Leftheriotou en A.-E. Vasilopoulou, gemachtigden)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:
—
nietigverklaring van het uitvoeringsbesluit van de Commissie van 26 januari 2015„houdende vermindering van de tussentijdse betalingen voor het plattelandsontwikkelingsprogramma voor Griekenland voor de programmeringsperiode 2007-2013 en voor de uitgaven voor de perioden tussen 1 januari 2014 en 31 maart 2014 en tussen 1 april 2014 en 30 juni 2014, CCI 2007 GR 06 RPO 001”, ten belope van respectievelijk 2 75 118,75 EUR en 2 9 40 050 EUR, officieel ter kennis gebracht onder nummer C(2015) 252 final.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij vijf middelen aan.
1.
Eerste middel: het bestreden besluit is vastgesteld op basis van een onjuiste uitlegging en toepassing van artikel 16, lid 4, van verordening nr. 883/2006 van de Commissie van 21 juni 2006 (1) en met schending van de bevoegdheid ratione temporis van de Commissie en van de wezenlijke vormvoorschriften van de bij die bepaling ingestelde procedure.
2.
Tweede middel: het besluit is vastgesteld op basis van een onjuiste uitlegging en toepassing van artikel 41, lid 1, van verordening nr. 1306/2013. (2)
3.
Derde middel: onjuiste uitlegging en toepassing door de Commissie van de artikelen 26, lid 5, en 27, leden 3 en 4, van verordening nr. 1290/2005 (3) en van de artikelen 36, lid 5, en 41, lid 3, van verordening nr. 1306/2013, alsmede schending van het beginsel ne bis in idem, het vertrouwensbeginsel, het beginsel van hoor en wederhoor en de rechten van verdediging van de Helleense Republiek.
4.
Vierde middel: het besluit van de Commissie is vastgesteld op basis van een onjuiste uitlegging en toepassing van artikel 27, lid 4, van verordening nr. 1290/2005 en artikel 41, lid 3, van verordening nr. 1306/2013 en met schending van het evenredigheidbeginsel.
5.
Vijfde middel: het bestreden besluit is vastgesteld op basis van een onjuiste uitlegging en toepassing van artikel 27, lid 4, van verordening nr. 1290/2005 en artikel 41, lid 3, van verordening nr. 1306/2013 en met schending van het beginsel van overmacht en uitzonderlijke omstandigheden.
(1) Verordening (EG) nr. 883/2006 van de Commissie van 21 juni 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van verordening (EG) nr. 1290/2005 van de Raad met betrekking tot het bijhouden van de rekeningen van de betaalorganen, de declaraties van uitgaven en ontvangsten en de voorwaarden voor de vergoeding van uitgaven in het kader van het ELGF en het ELFPO (PB L 171, blz. 1).
(2) Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (PB L 347, blz. 549).
(3) Verordening (EG) nr. 1290/2005 van de Raad van 21 juni 2005 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (PB L 209. blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy