8.6.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 190/30
Beroep ingesteld op 15 april 2015 — TMG Landelijke Media en Willems/Commissie
(Zaak T-189/15)
(2015/C 190/34)
Procestaal: Nederlands
Partijen
Verzoekende partijen: TMG Landelijke Media BV (Amsterdam, Nederland) en Menzo Willems (Voorburg, Nederland) (vertegenwoordigers: R. Le Poole en L. Broers, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
De verzoekende partijen verzoeken het Gerecht:
—
het besluit van de Commissie van 17 februari 2015 te vernietigen;
—
de Commissie in de kosten van dit beroep te verwijzen.
Middelen en voornaamste argumenten
Verzoekende partijen vechten het besluit van de Commissie aan waarbij hun verzoek tot toegang tot de correspondentie tussen Nederland en de Commissie betreffende de Europese naheffing die Nederland in 2014 is opgelegd, deels is afgewezen.
Ter ondersteuning van hun beroep voeren de verzoekende partijen vier middelen aan.
1.
Eerste middel, ontleend aan een schending van artikel 4, lid 1, sub a), van Verordening nr. 1049/2001 (1). Verzoekende partijen voeren aan dat de Commissie ten onrechte bepaalde documenten niet openbaar heeft gemaakt omdat openbaarmaking zou leiden tot ondermijning van de bescherming van het openbaar belang wat betreft het financieel, monetair of economisch beleid van de Unie.
2.
Tweede middel, ontleend aan een schending van artikel 4, lid 3, van Verordening nr. 1049/2001. Verzoekende partijen voeren aan dat de Commissie onvoldoende elementen heeft aangevoerd om aan te nemen dat het besluitvormingsproces ernstig zal worden ondermijnd, en dat ze ten onrechte gemakkelijk over de toets aan het hoger openbaar belang tot openbaarmaking van bepaalde documenten heen stapt.
3.
Derde middel, ontleend aan een schending van artikel 4, lid 1, sub b), van Verordening nr. 1049/2001 met betrekking tot de anonimisering van non-seniormedewerkers. Verzoekende partijen voeren aan dat dit het hun onmogelijk maakt om vast te stellen op welk niveau correspondentie is gevoerd en of het inderdaad non-seniormedewerkers betreft.
4.
Vierde middel, ontleend aan een schending van artikel 4, lid 5, van Verordening nr. 1049/2001. Verzoekende partijen menen dat de Commissie ten onrechte het verzoek van Nederland heeft gevolgd om bepaalde documenten afkomstig van Nederland niet openbaar te maken op grond van artikel 4, leden 1 en 3, van Verordening nr. 1049/2001. Zij verwijzen in dit verband naar de argumenten aangevoerd in het kader van het tweede en derde middel.
(1) Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (PB L 145, blz. 43).
Full & Egal Universal Law Academy