Zaak T-210/15: Beroep ingesteld op 24 april 2015 — Deutsche Telekom/Commissie
C2702015NL2820120150424NL0036282303
Beroep ingesteld op 24 april 2015 — Deutsche Telekom/Commissie
(Zaak T-210/15)2015/C 270/36Procestaal: Duits
Partijen
Verzoekende partij: Deutsche Telekom AG (Bonn, Duitsland) (vertegenwoordigers: A. Rosenfeld en O. Corzilius, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
nietigverklaring van het besluit van de Europese Commissie van 17 februari 2015 betreffende verzoeksters vraag om toegang tot documenten overeenkomstig verordening (EG) nr. 1049/2001 (GESTDEM 2014/4555);
—
verwijzing van de Europese Commissie in de kosten van de procedure.
Middelen en voornaamste argumenten
Het verzoek om toegang tot documenten heeft betrekking op een procedure inzake misbruik van een machtspositie krachtens artikel 102 VWEU.
Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekster zeven middelen aan.
1.
Eerste middel: schending van artikel 4, lid 3, tweede alinea, van verordening (EG) nr. 1049/2001 ( 1 ) en niet-nakoming van de motiveringsplicht
—
Verzoekster betoogt met dit middel dat de Commissie ten onrechte niet heeft onderzocht of voldaan is aan de restrictieve voorwaarden van de specifieke uitzonderingsregeling ter bescherming van besluitvormingsprocessen, hoewel die bepaling het onderhavige geval, waarin na beëindiging van de procedure om openbaarmaking van documenten wordt verzocht, uitdrukkelijk regelt. Voorts heeft de Commissie deze handelwijze niet gemotiveerd.
2.
Tweede middel: schending van artikel 4, lid 2, eerste en derde streepje, van verordening nr. 1049/2001 doordat de uitzonderingsregelingen niet van toepassing zijn
—
Verzoekster betoogt dat de Commissie de uitzonderingsregelingen tot voorkoming dat de bescherming van de commerciële belangen van derden en van het doel van onderzoeken wordt ondermijnd, ten onrechte op documenten van een beëindigde procedure van toepassing heeft geacht doordat zij zich heeft gebaseerd op een algemeen vermoeden. Aldus is zij de verplichting om de documenten waarop het verzoek om toegang betrekking had, concreet en individueel te onderzoeken, niet nagekomen. De Commissie heeft voorts niet aangetoond dat de beschermde belangen concreet dreigden te worden ondermijnd.
3.
Derde middel: schending van artikel 4, lid 2, in fine, van verordening nr. 1049/2001 doordat een hoger openbaar belang openbaarmaking van de informatie gebiedt
—
Verzoekster voert met dit middel aan dat een hoger openbaar belang openbaarmaking van de gevraagde documenten gebiedt. Dat hoger openbaar belang betreft de bevordering van behoorlijk bestuur, de tenuitvoerlegging van handhavingsmaatregelen, het onderzoek van eventuele schadevorderingen alsook de mogelijkheid tot rechterlijke toetsing van bestuurshandelingen. Verzoekster is van mening dat zij niet in staat is de haar betreffende bestuurshandeling van de Commissie te controleren wanneer zij geen toegang krijgt tot de documenten.
4.
Vierde middel: schending van artikel 4, lid 4, van verordening nr. 1049/2001 door derden niet te raadplegen
—
Met dit middel stelt verzoekster dat de Commissie ten onrechte derden niet heeft geraadpleegd over de openbaarmaking van de hen betreffende documenten.
5.
Vijfde middel: schending van artikel 4, lid 6, van verordening nr. 1049/2001 doordat geen gedeeltelijke toegang is verleend
—
Met dit middel wordt bekritiseerd dat de Commissie ten onrechte gedeeltelijke toegang tot documenten heeft geweigerd.
6.
Zesde middel: schending van het primaire recht door schending van het grondrecht van inzage in documenten als bedoeld in artikel 42 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en van het transparantievereiste krachtens artikel 15, lid 3, VWEU
—
Verzoekster betoogt dat het recht op toegang tot de gevraagde documenten (subsidiair) rechtstreeks uit het primaire recht kan worden afgeleid en dat op grond daarvan toegang moet worden verleend. De volledige weigering van toegang maakt onevenredig inbreuk op het fundamentele recht van inzage in documenten als bedoeld in artikel 42 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Verordening nr. 1049/2001 dient te worden uitgelegd in het licht van de betekenis van dit grondrecht en van het in artikel 15, lid 3, VWEU neergelegde transparantievereiste.
7.
Zevende middel: schending van artikel 8 van verordening nr. 1049/2001 doordat de geldende termijnen niet in acht zijn genomen
—
Verzoekster stelt met dit middel dat de Commissie de bindende regeling inzake de termijnen heeft geschonden doordat zij het confirmatieve verzoek niet binnen de gestelde termijnen heeft behandeld en de termijnen zonder reden meermaals heeft verlengd.
( 1 ) Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (PB L 145, blz. 43).
Full & Egal Universal Law Academy