22.6.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 205/41
Beroep ingesteld op 6 mei 2015 — Cofely Solelec e.a./Parlement
(Zaak T-224/15)
(2015/C 205/55)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partijen: Cofely Solelec (Esch-sur-Alzette, Luxemburg), Mannelli & Associés SA (Bertrange, Luxemburg) en Cofely Fabricom (Brussel, België) (vertegenwoordiger: S. Marx, advocaat)
Verwerende partij: Europees Parlement
Conclusies
—
nietig verklaren besluit 103299 van 27 april 2015 van het directoraat-generaal Infrastructuur en Logistiek van het Europees Parlement, waarbij de offerte van verzoekster voor perceel 75, „Elektriciteit — Sterkstroom”, op 29 september 2014 ingediend in het kader van aanbesteding INLO-D-UPIL-T-14-AO4 betreffende het project voor de uitbreiding en modernisering van het gebouw Konrad Adenauer te Luxemburg, terzijde is gelegd, en het besluit waarbij de opdracht aan een andere inschrijver is gegund;
—
de overlegging van de volgende documenten gelasten:
—
het door verweerder in zijn schrijven 101690 van 27 februari 2015 vermelde verslag van de evaluatiecommissie, en
—
de documenten van het dossier gunning van opdrachten waarin de contacten die tussen het Parlement en de inschrijvers hebben plaatsgevonden zijn vastgelegd overeenkomstig artikel 160, lid 4, van gedelegeerde verordening (EU) nr. 1268/2012 van de Commissie van 29 oktober 2012 houdende uitvoeringsvoorschriften voor verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van verordening (EG, Euratom) nr. 605/2002 van de Raad;
—
de verwerende partij in de kosten te verwijzen.
Middelen en voornaamste argumenten
Tot staving van het beroep voeren verzoeksters twee middelen aan:
1.
Het eerste middel is ontleend aan niet-eerbiediging van de selectiecriteria, meer in het bijzonder de criteria inzake de financiële en economische draagkracht en de technische en beroepsbekwaamheid.
2.
Het tweede middel is ontleend aan niet-inachtneming van de gunningcriteria. Verzoeksters merken op dat aangezien de offerte van de begunstigde van de opdracht vergeleken met die van de overige inschrijvers abnormaal laag was, verweerder eerstbedoelde offerte terzijde had moeten leggen en de opdracht aan verzoeksters had moeten gunnen.
Full & Egal Universal Law Academy