10.8.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 262/32
Hogere voorziening ingesteld op 28 mei 2015 door Tuula Rajala tegen het arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken van 18 maart 2015 in zaak F-24/14, Rajala/BHIM
(Zaak T-271/15 P)
(2015/C 262/43)
Procestaal: Engels
Partijen
Rekwirerende partij: Tuula Rajala (El Campello, Spanje) (vertegenwoordiger: H. Tettenborn, advocaat)
Andere partij in de procedure: Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen)
Conclusies
De rekwirerende partij verzoekt het Gerecht:
—
het arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken van 18 maart 2015 in zaak F-24/14 te vernietigen;
—
het beoordelingsrapport van de rekwirerende partij over de periode van 1 oktober 2011 tot en met 31 december 2012 nietig te verklaren;
—
het BHIM te veroordelen tot betaling van een passende, door het Gerecht vast te stellen vergoeding — die echter niet minder mag bedragen dan 500 EUR — voor de materiële en immateriële schade die de rekwirerende partij door dat beoordelingsrapport heeft geleden;
—
het BHIM te verwijzen in de kosten van de procedure voor het Gerecht voor ambtenarenzaken en van het Gerecht.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van de hogere voorziening voert de rekwirerende partij vier middelen aan.
1.
Eerste middel, ontleend aan het feit dat het Gerecht voor ambtenarenzaken belangrijke feiten verkeerd heeft opgevat en zijn beslissing heeft gebaseerd op verkeerd opgevatte feiten. Het gaat om de volgende verkeerde opvattingen:
—
verkeerde opvatting, aangezien de eerbiediging van de termijnen was beïnvloed door de gezondheidsproblemen van de rekwirerende partij;
—
verkeerde opvatting, aangezien de eerbiediging van de termijnen negatief was beïnvloed doordat zij de enige onderzoeker was die voor een deel van de beoordelingsperiode in het Fins werkte en slechts één van de twee Finse onderzoekers voor het overige deel van de beoordelingsperiode;
—
verkeerde opvatting, aangezien zij een buitengewoon groot aantal en bijzonder moeilijk zaken had behandeld die veel tijd vereisten;
—
verkeerde opvatting, aangezien de uitvoering van het IP Translator arrest een negatieve invloed had op haar kwantitatieve productie en de punctualiteit van haar besluiten;
—
verkeerde opvatting in verband met haar cijfers voor punctualiteit in vergelijking met de andere onderzoekers.
2.
Tweede middel, ontleend aan een verkeerde rechtsopvatting van het Gerecht voor ambtenarenzaken, daar het heeft geoordeeld dat uit de vaststelling dat tenminste vijf van de zeven beoordeelde bekwaamheden in overeenstemming waren met het niveau van de uitgeoefende functie, geen kennelijke beoordelingsfout kon worden afgeleid.
3.
Derde middel, ontleend aan het feit dat het Gerecht voor ambtenarenzaken blijk heeft gegeven van een verkeerde rechtsopvatting bij zijn oordeel dat het BHIM niet de vertrouwensplicht had geschonden.
4.
Vierde middel, ontleend aan het feit dat het Gerecht voor ambtenarenzaken blijk heeft gegeven van een verkeerde rechtsopvatting bij zijn oordeel dat het BHIM niet haar gewettigd vertrouwen had geschonden.
Full & Egal Universal Law Academy