24.8.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 279/43
Hogere voorziening ingesteld op 24 juni 2015 door Geoffroy Alsteens tegen het arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken van 21 april 2015 in zaak F-87/12 RENV, Alsteens/Commissie
(Zaak T-328/15 P)
(2015/C 279/53)
Procestaal: Frans
Partijen
Rekwirerende partij: Geoffroy Alsteens (Marcinelle, België) (vertegenwoordigers: S. Orlandi en T. Martin, advocaten)
Andere partij in de procedure: Europese Commissie
Conclusies
De rekwirerende partij verzoekt het Gerecht:
—
het arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken van 21 april 2015 in zaak F-87/12 RENV, Alsteens/Commissie, te vernietigen;
—
het besluit van de Commissie van 18 november 2011 nietig te verklaren, voor zover daarbij de verlenging van rekwirants overeenkomst van tijdelijk functionaris wordt beperkt tot 31 maart 2012;
—
de Commissie te veroordelen tot voorlopige betalen van 1 EUR ter vergoeding van de schade die rekwirant heeft geleden alsmede haar te verwijzen in de kosten van de vier procedures.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van de hogere voorziening voert de rekwirerende partij drie middelen aan.
1.
Eerste middel, ontleend aan een schending van het beginsel van hoor en wederhoor alsmede aan een verkeerde rechtsopvatting. Rekwirant betoogt dat het Gerecht voor ambtenarenzaken (hierna: „GVA”) (i) de middelen ontleend aan een kennelijke beoordelingsfout en aan het beginsel van behoorlijk bestuur, gelet op de regel van overeenstemming, ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard, ofschoon de Commissie nooit deze grond van niet-ontvankelijkheid had aangevoerd en partijen nooit een standpunt hadden kunnen innemen over deze vermeende niet-ontvankelijkheid en (ii) in elk geval blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door te oordelen dat rekwirant niet had voldaan aan de regel van overeenstemming.
2.
Tweede middel, ontleend aan een verkeerde opvatting van rekwirants argumenten, niet-nakoming van de motiveringsplicht en een onjuiste rechtsopvatting, daar het GVA heeft geoordeeld dat het niet nodig was om zich uit te spreken over de uitlegging van artikel 8 van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie (hierna: „RAP”) en dat het arrest van 5 oktober 1995, Alexopoulou/Commissie (T-17/95, JurAmbt. EU:T:1995:176) irrelevant was voor de beslechting van het geding.
3.
Derde middel, ontleend aan een niet-nakoming van de motiveringsplicht en een verkeerde rechtsopvatting, daar het GVA heeft geoordeeld dat een verzoek van rekwirant nodig was om af te wijken van de automatische toepassing van de regel van zes jaar, waardoor het de kwalificatie van het betwiste besluit als bezwarend besluit heeft miskend.
Full & Egal Universal Law Academy