12.10.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 337/14
Beroep ingesteld op 6 juli 2015 — Oostenrijk/Commissie
(Zaak T-356/15)
(2015/C 337/17)
Procestaal: Duits
Partijen
Verzoekende partij: Republiek Oostenrijk (vertegenwoordiger: C. Pesendorfer en H. Kristoferitsch, advocaat)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
besluit (EU) 2015/658 van de Commissie van 8 oktober 2014 betreffende steunmaatregel SA.34947 (2013/C) (ex 2013/N) die het Verenigd Koninkrijk voornemens is ten uitvoer te leggen ten behoeve van de kerncentrale Hinkley Point C (kennisgeving geschied onder nummer C[2014] 7142) (PB 2015, L 109, blz. 44) nietig verklaren;
—
de Commissie verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekster tien middelen aan.
1.
Eerste middel: onjuiste toepassing van artikel 107, lid 3, onder c, VWEU — onjuiste marktafbakening en onjuiste aanname van marktfalen
Verzoekster voert aan dat de Commissie de geplande steunmaatregel op grond van artikel 107, lid 3, onder c, VWEU niet had mogen goedkeuren omdat zij ten onrechte uitgaat van het bestaan van een eigen markt voor kernenergie en — evenzeer ten onrechte — aanneemt dat er op deze markt sprake is van marktfalen.
2.
Tweede middel: schending van artikel 107, lid 3, onder c, VWEU — onjuiste beoordeling van de kerncentrale als „nieuwe technologie”
In dit verband wordt aangevoerd dat het besluit verder voor nietigverklaring in aanmerking komt omdat de Commissie zich er ten onrechte op beroept dat het bij de bewuste technologie gaat om nieuwe technologie.
3.
Derde middel: onjuiste toepassing van artikel 107, lid 3, onder c, VWEU — onjuiste aanname van investeringssteun
In het kader van het derde middel betoogt verzoekster dat de Commissie er ten onrechte van uitgaat dat het bij de geplande maatregelen louter om investeringssteun gaat; de steun gaat in werkelijkheid aanzienlijk verder dan zuivere investeringssteun en vormt — overeenkomstig de rechtspraak van de Unierechters ontoelaatbare — exploitatiesteun.
4.
Vierde middel: onjuiste toepassing van artikel 107, lid 3, onder c, VWEU — geen doelstelling van gemeenschappelijk belang
Verzoekster voert in dit verband aan dat het bestreden besluit ook voor nietigverklaring in aanmerking komt doordat — anders dan de Commissie meent — geen sprake is van een voor de goedkeuring van de steun noodzakelijk gemeenschappelijk belang in de zin van artikel 107, lid 3, onder c, VWEU.
5.
Vijfde middel: ontoereikende bepaling van de aard van de steun
De Republiek Oostenrijk baseert haar verzoek ook op de stelling dat de Commissie de aard van de steun geheel ontoereikend heeft bepaald.
6.
Zesde middel: onjuiste toepassing van artikel 107, lid 3, onder c, VWEU — ongeschiktheid van de maatregelen
De uiteenzetting van de Commissie over de geschiktheid van de steun is naar de mening van verzoekster noch juist noch begrijpelijk, zodat het besluit ook daarom voor nietigverklaring in aanmerking komt.
7.
Zevende middel: schending van essentiële vereisten bij aanbestedingsprocedures
Verzoekster voert in het kader van dit middel aan dat de steun verder ook niet had mogen worden goedgekeurd omdat het Verenigd Koninkrijk geen openbare aanbestedingsprocedure heeft gehouden en de Unierechtelijke beginselen van gelijke behandeling en transparantie heeft geschonden.
8.
Achtste middel: strijd met de garantiemededeling (1)
In dit verband klaagt verzoekster dat de als onderdeel van de staatssteun goedgekeurde overheidsgarantie niet is getoetst aan de criteria van de garantiemededeling.
9.
Negende middel: schending van de motiveringsplicht ingevolge artikel 296, lid 2, VWEU
Voorts heeft de Commissie haar motiveringsplicht geschonden, en wel in verschillende opzichten en op zeer ernstige wijze.
10.
Tiende middel: schending van het recht om te worden gehoord
Ten slotte wordt ook geklaagd over het feit dat de aanspraak op het recht om te worden gehoord niet is gehonoreerd.
(1) Mededeling van de Commissie betreffende de toepassing van de artikelen 87 [EG] en 88 [EG] op staatssteun in de vorm van garanties (PB 2008, C 155, blz. 10).
Full & Egal Universal Law Academy