12.10.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 337/17
Beroep ingesteld op 10 juli 2015 — Ja zum Nürburgring/Commissie
(Zaak T-373/15)
(2015/C 337/20)
Procestaal: Duits
Partijen
Verzoekende partij: Ja zum Nürburgring e.V. (Nürburg, Duitsland) (vertegenwoordigers: D. Frey, M. Rudolph en S. Eggerath, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
besluit C(2014) 3634 final van de Commissie van 1 oktober 2014 betreffende staatssteun van Duitsland SA.31550 (2012/C) (ex 2012/NN) ten behoeve van de Nürburgring gedeeltelijk nietigverklaren;
—
de Commissie verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekende partij negen middelen aan.
1.
Eerste middel: onjuiste vaststelling van de relevante feiten
Verzoekende partij voert aan dat de Commissie artikel 108 VWEU juncto artikel 107 VWEU alsmede artikel 17 VEU geschonden heeft, doordat zij haar controleplicht op het gebied van staatssteun niet heeft vervuld en zij zich in haar besluit in punten die relevant zijn voor de daarmee genomen beslissing op onjuiste feiten heeft gebaseerd.
2.
Tweede middel: kennelijke beoordelingsfout met betrekking tot de vermeende financieringsbevestiging
Hier wordt aangevoerd dat de Commissie een kennelijke beoordelingsfout maakt, voor zover zij van mening is dat de koper van de na de biedprocedure vervreemde activa een financieringsbevestiging van een financieringspartner heeft overgelegd.
3.
Derde middel: schending van artikel 107 VWEU en artikel 108 VWEU en van de artikelen 4, lid 4, en 14 van verordening (EG) nr. 659/1999 (1) en kennelijke beoordelingsfouten
Verzoeker voert in het kader van het derde middel onder andere aan dat de door de onwettige steun veroorzaakte marktoverschrijdende beperking van de mededinging door de vervreemding is geconsolideerd. Voorts had de terugvorderingsplicht wegens de economische continuïteit moeten zijn uitgebreid tot de koper van de na de biedprocedure overgedragen activa. Hij voegt daaraan toe dat de vervreemding nieuwe staatssteun ten gunste van de koper vormt.
4.
Vierde middel: schending van artikel 107 VWEU en artikel 108 VWEU en kennelijke boordelingsfouten
Verzoekende partij voert hier in wezen aan in het kader van de overdracht geen transparante en niet-discriminatoire biedprocedure is gevolgd en dat als gevolg daarvan de betrokken activa niet tegen de marktprijs zijn vervreemd.
5.
Vijfde middel: schending van artikel 108, lid 2, VWEU en artikel 4, lid 4, van verordening nr. 659/1999 door een negatieve verklaring met betrekking tot staatssteun
In het kader van dit middel voert verzoekende partij aan dat de Commissie artikel 108, lid 2, VWEU en artikel 4, lid 4, van verordening nr. 659/1999 heeft geschonden, omdat zij de vervreemding in het kader van de biedprocedure niet als nieuwe staatssteun heeft aangemerkt en de formele onderzoeksprocedure niet heeft ingeleid. Zij voegt daaraan toe dat de Commissie vraagtekens had moeten plaatsen bij de verenigbaarheid van deze steun met de gemeenschappelijke markt.
6.
Zesde middel: schending van de motiveringsplicht
Verzoekende partij is van mening dat de Commissie de in artikel 296, lid 2, VWEU en artikel 41, lid 2, onder c), van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie neergelegde motiveringsplicht heeft geschonden, omdat zij fundamentele overwegingen waarop het bestreden besluit berust niet of ontoereikend heeft gemotiveerd.
7.
Zevende middel: schending van de procedurele rechten van verzoekende partij wegens ontoereikende beoordeling van haar standpunt
In het kader van dit middel voert verzoekende partij aan dat de Commissie haar procedurele rechten heeft geschonden, omdat zij haar argumenten niet heeft beoordeeld.
8.
Achtste middel: schending van de procedurele rechten van verzoekende partij door te besluiten dat de vervreemding geen nieuwe staatssteun vormt
Hier wordt aangevoerd dat de Commissie de procedurele rechten van verzoekende partij, respectievelijk wezenlijke vormvoorschriften heeft geschonden, omdat zij ondanks het formele bezwaar van verzoekende partij heeft besloten dat de vervreemding van de na de biedprocedure aan de koper vervreemde activa niet als staatssteun kan worden aangemerkt. Met dit besluit heeft zij impliciet de inleiding van de formele onderzoeksprocedure afgewezen. Aangezien de Commissie ten onrechte de formele onderzoeksprocedure niet heeft ingeleid, heeft zij het recht van verzoekende partij om opmerkingen in te dienen, geschonden.
9.
Negende middel: schending van het recht op behoorlijk bestuur
Ten slotte word opgemerkt dat de Commissie noch zelf alle relevante elementen heeft onderzocht, noch naar behoren rekening heeft gehouden met de namens verzoekende partij naar voren gebrachte elementen.
(1) Verordening (EG) nr. 659/1999 van de Raad van 22 maart 1999 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel [108 VWEU] (PB L 83, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy