12.10.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 337/26
Hogere voorziening ingesteld op 28 juli 2015 door Jaana Pohjanmäki tegen het arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken van 18 mei 2015 in zaak F-44/14, Pohjanmäki/Raad
(Zaak T-410/15 P)
(2015/C 337/27)
Procestaal: Frans
Partijen
Rekwirerende partij: Jaana Pohjanmäki (Brussel, België) (vertegenwoordiger: M. Velardo, advocaat)
Andere partij in de procedure: Raad van de Europese Unie
Conclusies
De rekwirerende partij verzoekt het Gerecht:
—
het arrest van 18 mei 2015 in zaak F-44/14 te vernietigen en zelf uitspraak te doen over de zaak;
—
subsidiair, de zaak terug te verwijzen naar het Gerecht voor ambtenarenzaken;
—
de Raad te verwijzen in de kosten van de beide procedures.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van de hogere voorziening voert de rekwirerende partij acht middelen aan.
1.
Eerste middel, ontleend aan een verkeerde rechtsopvatting, een verkeerde opvatting van de feiten en het bewijsmateriaal alsmede een schending van de rechten van de verdediging, aangezien het onderzoek van rekwirantes verdiensten niet zorgvuldig en met inachtneming van het beginsel van gelijke behandeling heeft plaatsgevonden.
2.
Tweede middel, ontleend aan een verkeerde rechtsopvatting alsmede een verkeerde opvatting van de feiten en het bewijsmateriaal, aangezien de leden van de raadgevende bevorderingscommissie geen kennis hebben gehad van rekwirantes beoordelingsrapporten gedurende de referentieperiode.
3.
Derde middel, ontleend aan een onjuiste rechtsopvatting van het Gerecht voor ambtenarenzaken (hierna: „GVA”), daar het heeft geoordeeld dat rekwirantes verdiensten waren vergeleken met die van de ambtenaren die een taalkundige functie uitoefenen.
4.
Vierde middel, ontleend aan een onjuiste rechtsopvatting van het GVA, daar het heeft geoordeeld dat het tot aanstelling bevoegd gezag op rechtmatige wijze rekwirantes situatie opnieuw had onderzocht.
5.
Vijfde middel, ontleend aan schending van het beginsel van een eerlijk proces, aangezien bepaalde belangrijke aspecten van het geschil niet zijn besproken.
6.
Zesde middel, ontleend aan een onjuiste rechtsopvatting, daar het GVA de stelling van de verwerende partij heeft gevolgd dat rekwirantes verdienste niet constant hoog was geweest.
7.
Zevende middel, ontleend aan een onjuiste rechtsopvatting en een verkeerde opvatting van het bewijsmateriaal, daar het GVA heeft geoordeeld dat het niveau van de door rekwirante gedragen verantwoordelijkheid was beoordeeld conform artikel 45 van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie.
8.
Achtste middel, ontleend aan een verkeerde rechtsopvatting, daar het GVA heeft geoordeeld dat de verwerende partij de motivering ter terechtzitting had aangevuld, ofschoon zij in feite de motivering had vervangen.
Full & Egal Universal Law Academy