5.10.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 328/24
Beroep ingesteld op 4 augustus 2015 — Amrita e a./Commissie
(Zaak T-439/15)
(2015/C 328/23)
Procestaal: Italiaans
Partijen
Verzoekende partijen: Soc. coop. Amrita arl (Scorrano, Italië), Cesi Marta (Alliste, Italië), Comune Agricola Lunella — Soc. Mutua Coop Agricola (Galatone, Italië), Mustich Loredana Faustina (Lequile, Italië), Rollo Olga (Lecce, Italië), Borrello Claudia (Salve, Italië), Società agricola Merico Maria Rosa di Consiglia, Marta e Vito Lisi (Miggiano, Italië), Marzo Luigi (Specchia, Italië), Azienda Agricola Piccapane di Pellegrino Giuseppe (Castrignano del Capo, Italië), Azienda Agricola Le Lame di Russo Antonello e Russo Gianluigi Ss (Cutrofiano, Italië), Lanzieri Ivana (Ugento, Italië), Stendardo Giovanni (Presicce, Italië), Stasi Anna Maria (Castrignano del Capo, Italië), Azienda Agricola Crie di Miggiano Gianluigi (Muro Leccese, Italië), Castriota Maria Grazia (Galatone, Italië), Gabrieli Tommasi Emanuele (Calimera, Italië), Azienda Agricola di Canioni Fiorella (Melendugno, Italië), Azienda Agricola Spirdo Ss agricola (Ruffano, Italië), Coppola Silvia (Guagnano, Italië), Fondazione le Costantine (Uggiano la Chiesa, Italië), Impresa Agricola Stefania Stamerra (Lecce, Italië), Azienda Agricola Clemente Pezzuto di Pezzuto Francesco (Trepuzzi, Italië), Cooperativa Sociale Terrarossa (Tricase, Italië), Vaglio Irene (Tricase, Italië), Simone Cosimo Antonio (Morciano di Leuca, Italië), Azienda Agrituristica „Gli Ulivi” di Baglivo Cesaria (Tricase, Italië), Preite Osvaldo (Taurisano, Italië), Masseria Alti Pareti Società Agricola arl (Maglie, Italië), Società Agricola Li Matonni Sas di Sammarco Ascanio & C. (Erchie, Italië) (vertegenwoordigers: L. Paccione en V. Stamerra, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
Verzoekers vorderen nietigverklaring van uitvoeringsbesluit (EU) 2015/789 van de Commissie van 18 mei 2015 betreffende maatregelen om het binnenbrengen en de verspreiding in de Unie van Xylella fastidiosa (Wells et al.) te voorkomen (PB L 125, blz. 36), in voorkomend geval met buitentoepassinglating van richtlijn 2000/29/EG van de Raad van 8 mei 2000 (PB L 169, blz. 1), met alle gevolgen rechtens, mede ten aanzien van de kosten van de procedure.
Middelen en voornaamste argumenten
In deze zaak wordt hetzelfde besluit bestreden als in zaak T-436/15, Consorzio Vivaisti viticoli pugliesi en Negro/Commissie, en zaak T-437/15, Eden Green Vivai Piante di Verdesca Giuseppe e a./Commissie.
Tot staving van hun beroep voeren verzoekers zestien middelen aan:
1.
Eerste middel: onrechtmatigheid van richtlijn 2000/29 wegens schending van artikel 48 VEU junctis artikel 3 VWEU en artikel 5 VEU, onbevoegdheid en schending van het beginsel van loyale samenwerking.
—
De richtlijn ruimt de Unie een door de Verdragen niet erkende exclusieve bevoegdheid in.
2.
Tweede middel: onrechtmatigheid van richtlijn 2000/29 wegens onbevoegdheid en schending van artikel 5 VEU in verband met de beginselen van loyale samenwerking en subsidiariteit.
—
De richtlijn ruimt de Commissie de in de Verdragen niet erkende bevoegdheid in, maatregelen van de lidstaten op het gebied van fytosanitaire vereisten ter bescherming van planten in te trekken.
3.
Derde middel: onrechtmatigheid van besluit 2015/789 van de Commissie wegens onrechtmatigheid van de eraan te grondslag liggende richtlijn 2000/29 in de zin van de bovenstaande punten 1 en 2.
4.
Vierde middel: rechtstreekse onrechtmatigheid van besluit 2015/789 wegens schending van artikel 6 VEU in verband met het beginsel van daadwerkelijke rechterlijke bescherming, die verzoekers reeds is toegekend door de bestuursrechter van de Italiaanse staat.
5.
Vijfde middel: rechtstreekse onrechtmatigheid van besluit 2015/789 wegens schending van artikel 5 VEU in verband met de beginselen van loyale samenwerking en subsidiariteit wegens een volledig gebrek aan motivering met betrekking tot het kernpunt van de eventuele ontoereikendheid van de maatregel van de lidstaat ter bestrijding van de bacterie Xylella fastidiosa.
6.
Zesde middel: rechtstreekse onrechtmatigheid van besluit 2015/789 wegens schending van artikel 5 VEU in verband met het evenredigheidsbeginsel en het voorzorgsbeginsel.
—
De in het besluit voorgeschreven maatregelen zijn excessief vergeleken met de opgegeven doeleinden.
7.
Zevende middel: rechtstreekse onrechtmatigheid van besluit 2015/789 wegens schending van ISPM-norm nr. 9, in verband met artikel 5 VEU en Protocol (nr. 2) bij het VWEU, betreffende de toepassing van de beginselen van evenredigheid en subsidiariteit.
8.
Achtste middel: rechtstreekse onrechtmatigheid van besluit 2015/789 voor zover daarin, in strijd met artikel 5 VEU en het daarin neergelegde beginsel van evenredigheid, de gehele provincie Lecce als „besmet gebied” wordt aangeduid en een gebied met een breedte van minstens 10 kilometer ten noorden van deze provincie als „bufferzone”. De bestreden maatregel is bovendien in strijd met essentiële vormvoorschriften daar zij ontoereikend is gemotiveerd en op onjuiste en onbillijke overwegingen berust.
9.
Negende middel: rechtstreekse onrechtmatigheid van besluit 2015/789 wegens schending van artikel 5 VEU en onbevoegdheid, aangezien alleen de Italiaanse staat de eventuele besmette gebieden moet kunnen aanwijzen en afbakenen.
10.
Tiende middel: rechtstreekse onrechtmatigheid van besluit 2015/789 wegens schending van artikel 5 VEU en onbevoegdheid voor zover het aanplanten van waardplanten in het besmette gebied wordt verboden, en wegens schending van artikel 1 van het aanvullend protocol bij het Europees Verdrag ter bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, daar de bestreden maatregel ertoe leidt dat dat de zakelijke rechten van verzoekers op hun landbouwgrond zonder wettelijke grondslag worden beperkt.
11.
Elfde middel: rechtstreekse onrechtmatigheid van besluit 2015/789 wegens schending van de artikelen 11 en 191 VWEU, het voorzorgsbeginsel en artikel 5 VEU in verband met gemeenschapsrichtlijn 2001/42, voor zover het uitgraven van besmette en gezonde planten in een omtrek van 100 meter, samen met de verplichte fytosanitaire maatregelen ter uitroeiing van de insectenvector, bij gebreke van een strategische milieubeoordeling en een onderzoek naar de gevaren voor het milieu en de gezondheid van de mens schadelijk zijn voor het milieu en het landschap van Salento aantasten.
12.
Twaalfde middel: rechtstreekse onrechtmatigheid van besluit 2015/789 wegens schending van de artikelen 11 en 191 VWEU en van gemeenschapsrichtlijn 43/1992 aangezien de vastgestelde maatregelen niet berusten op een beoordeling van de risico’s van uitgraven, uitroeiing en fytosanitaire behandelingen voor delen van het grondgebied die door het recht van de Unie speciaal worden beschermd als bijzondere-beschermingsgebied, natuurpark en gebied van communautair belang.
13.
Dertiende middel: rechtstreekse onrechtmatigheid van besluit 2015/789 wegens schending van het op 20 oktober 2000 te Florence ondertekende Europees Landschapsverdrag en van de artikelen 191 en 11 VWEU, in samenhang met gemeenschapsrichtlijn 43/1992.
—
De voorschriften van de Unie schrijven de verwijdering, zonder onderscheid, van olijfbomen voor met verplichte toepassing van in de biologische landbouw strikt verboden chemische bestrijdingsmiddelen, hetgeen in feite leidt tot de ondergang van de bedrijven van verzoekers, die sinds jaren zijn overgestapt op de biologische olijventeelt.
14.
Veertiende middel: rechtstreekse onrechtmatigheid van besluit 2015/789 wegens schending van artikel 5 VEU in verband met de beginselen van verordening nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 en van de artikelen 11 en 191 VWEU, mede in samenhang met richtlijn 2009/128, en schending van het evenredigheidsbeginsel en wezenlijke vormvoorschriften.
—
De voorschriften van de Unie verplichten verzoekers, chemische substanties te gebruiken die in de biologische landbouw niet zijn toegestaan en ook planten uit te graven die enkel verdacht worden van besmetting. Dergelijke maatregel stroken niet met de wetenschappelijke adviezen van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en berusten bovendien op de veronderstelling dat er een causaal verband bestaat tussen snelle uitdroging van de olijfboom en de bacterie Xylella, dat tot op heden echter niet bewezen is.
15.
Vijftiende middel: rechtstreekse onrechtmatigheid van besluit 2015/789 doordat de Europese Commissie, in plaats van voorlopige beschermende maatregelen te treffen om een hoog niveau van bescherming van de gezondheid te waarborgen, een zuiver hypothetische benadering heeft gevolgd die het Hof volledig afkeurt.
16.
Zestiende middel: rechtstreekse onrechtmatigheid van besluit 2015/789 wegens schending van artikel 5 VEU, wezenlijke vormvoorschriften en het evenredigheidsbeginsel.
—
Het gebruik van bestrijdingsmiddelen en het uitgraven van planten, maatregelen die door de EFSA als ondoeltreffend en onuitvoerbaar zijn bestempeld, zijn niet noodzakelijk ter bereiking van het met richtlijn 2000/29/EG nagestreefde unierechtelijk doel, waardoor het evenredigheidsbeginsel wordt geschonden.
Full & Egal Universal Law Academy