5.10.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 328/27
Beroep ingesteld op 6 augustus 2015 — EEB/Commissie
(Zaak T-448/15)
(2015/C 328/25)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: European Environmental Bureau (EEB) (Brussel, België) (vertegenwoordiger: B. Kloostra, advocaat)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
verklaren dat de Commissie verordening (EG) nr. 1367/2006 en het verdrag van Aarhus heeft geschonden, met name:
a.
de artikelen 1, lid 1, onder a), 3 en 6, lid 1, van verordening (EG) nr. 1367/2006 (1), omdat zij deze bepalingen niet in overeenstemming met artikel 4, leden 1, 3 en 4, van het verdrag van Aarhus heeft uitgelegd en/of artikel 4, leden 1, 3 en 4, van het verdrag van Aarhus niet rechtstreeks op milieu-informatie heeft toegepast, aangezien de artikelen 3 en 6, lid 1, van verordening (EG) nr. 1367/2006 onverenigbaar zijn met artikel 4, leden 1, 3 en 4, van het verdrag van Aarhus en de weigeringsgronden van artikel 4, lid 3, van verordening (EG) nr. 1049/2012 (2) onrechtmatig uitbreiden tot milieu-informatie;
b.
artikel 6, lid 1, van verordening (EG) nr. 1367/2006, omdat zij de weigeringsgronden van artikel 4, lid 3, van verordening (EG) nr. 1049/2001 niet eng heeft uitgelegd en toegepast en/of geen rekening heeft gehouden met het openbare belang bij het vrijgeven van milieu-informatie en/of er geen rekening mee heeft gehouden dat de informatie in kwestie betrekking heeft op emissies in het milieu;
—
verklaren dat de Commissie verordening (EG) nr. 1049/2001 heeft geschonden, met name:
a.
artikel 4, lid 3, van verordening (EG) nr. 1049/2001 door niet gedetailleerd te motiveren waarom zij toegang tot de betrokken documenten heeft geweigerd;
b.
artikel 4, lid 3, van verordening (EG) nr. 1049/2001 door de eerste alinea van die bepaling toe te passen op documenten die betrekking hebben op een afgerond besluitvormingsproces;
c.
artikel 4, lid 3, van verordening (EG) nr. 1049/2001, omdat zij niet voldoende heeft nagegaan of een hoger openbaar belang openbaarmaking gebiedt;
d.
de artikelen 6, lid 3, 7, leden 1 en 3, en 8, leden 1 en 2, van verordening (EG) nr. 1049/2001, omdat zij geen moeite heeft gedaan voor informeel overleg om tot een billijke oplossing te komen en geen besluit heeft genomen binnen de voorgeschreven termijnen;
—
de EU, vertegenwoordigd door de Commissie, veroordelen tot vergoeding van iedere door de EEB geleden schade, met inbegrip van rente, ten gevolge van het feit dat de EEB niet tijdig toegang had tot de gevraagde documenten, die door de Commissie niet waren vrijgegeven in overeenstemming met de in de artikelen 7, leden 1 en 3, en 8, leden 1 en 2, van verordening (EG) nr. 1049/2001 voorgeschreven termijnen, ten belope van een bedrag dat door het Gerecht op minstens één euro moet worden vastgesteld;
—
het bestreden besluit van de Commissie van 1 juni 2015 nietig verklaren, en
—
de Commissie verwijzen in de kosten, met inbegrip van de kosten van interveniërende partijen.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekende partij de volgende argumenten en middelen aan met betrekking tot de schending door de Commissie van de verordeningen (EG) nr. 1367/2006 en nr. 1049/2001 en van het verdrag van Aarhus (3):
1.
Eerste middel: schending van de artikelen 1, lid 1, onder a), 3 en 6, lid 1, van verordening (EG) nr. 1367/2006 en/of de artikelen 4, leden 1, 3 en 4, van het verdrag van Aarhus.
—
de gevraagde informatie is milieu-informatie in de zin van het verdrag van Aarhus en in de zin van de artikelen 2, lid 1, onder d), iii), 3 en 6, lid 1, van verordening (EG) nr. 1367/2006;
—
de artikelen 3 en 6, lid 1, van verordening (EG) nr. 1367/2006 zijn onverenigbaar met artikel 4, leden 3 en 4, van het verdrag van Aarhus en breiden de weigeringsgronden van artikel 4, lid 3, van verordening (EG) nr. 1049/2001 onrechtmatig uit tot milieu-informatie;
—
de Commissie heeft artikel 6, lid 1, van verordening (EG) nr. 1367/2006 geschonden wat betreft de enge uitlegging van uitzonderingen op de hoofdregel dat wordt vrijgegeven, de verplichte belangenafweging en de ‚emissies-regel’.
2.
Tweede middel: schending van artikel 4, lid 3, van verordening (EG) nr. 1049/2001.
—
de weigeringsgrond van artikel 4, lid 3, eerste alinea, van verordening (EG) nr. 1049/2001 is niet van toepassing op de gevraagde documenten;
—
het vrijgeven van de gevraagde documenten zou het besluitvormingsproces van de Commissie niet ernstig ondermijnen, en
—
schending van artikel 4, lid 3, van verordening (EG) nr. 1049/2001, voor zover de Commissie de belangen die worden beschermd door het niet-vrijgeven niet juist heeft afgewogen tegen het openbare belang dat is gediend bij het vrijgeven van de betrokken documenten.
3.
Derde middel: schending van artikel 7, leden 1 en 3, en artikel 8, leden 1 en 2, van verordening (EG) nr. 1049/2001.
4.
Vierde middel met betrekking tot de vordering tot schadevergoeding op grond van artikel 340 VWEU: schending door de Commissie van artikel 7, leden 1 en 3, en artikel 8, leden 1 en 2, van verordening (EG) nr. 1049/2001.
(1) Verordening (EG) nr. 1367/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 6 september 2006 betreffende de toepassing van de bepalingen van het verdrag van Aarhus betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden op de communautaire instellingen en organen (PB L 264 van 25.9.2006, blz. 13).
(2) Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43).
(3) Verdrag betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden, ondertekend te Aarhus op 25 juni 1998 en goedgekeurd namens de Europese Gemeenschap bij besluit nr. 2005/370/EG van de Raad van 17 februari 2005, het verdrag van Aarhus (PB L 124 van 17.5.2005, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy