28.9.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 320/49
Beroep ingesteld op 11 augustus 2015 — Asia Leader International (Cambodia)/Commissie
(Zaak T-462/15)
(2015/C 320/67)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: Asia Leader International (Cambodia) Co. Ltd (Tai Seng SEZ, Cambodja) (vertegenwoordigers: R. MacLean, solicitor, en A. Bochon, advocaat)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
Het beroep ontvankelijk verklaren;
—
artikel 1, leden 1 en 3, van uitvoeringsverordening (EU) 2015/776 van de Commissie van 18 mei 2015 tot uitbreiding van het definitieve antidumpingrecht dat bij verordening (EU) nr. 502/2013 van de Raad is ingesteld op rijwielen van oorsprong uit de Volksrepubliek China tot rijwielen verzonden vanuit Cambodja, Pakistan en de Filipijnen, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Cambodja, Pakistan en de Filipijnen (PB L 122, blz. 4) nietig verklaren voor zover het verzoekster betreft;
—
de Commissie verwijzen in verzoeksters kosten en haar eigen kosten;
—
interveniënten in deze procedure verwijzen in verzoeksters kosten ten gevolge van een dergelijke interventie en hun eigen kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekster drie middelen aan.
1.
Eerste middel: de Commissie heeft artikel 13, lid 1, van verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (geconsolideerde versie) geschonden door rechtens en feitelijk het bestaan van ontwijking en de aard van de feiten kennelijk onjuist te beoordelen.
—
Volgens verzoekster beschikt de Commissie niet over bewijs dat de betrokken frames van oorsprong zijn uit China.
—
Zij betoogt dat al het door haar aangevoerde bewijs daarentegen aantoont dat de betrokken fietsframes van oorsprong zijn uit Vietnam.
—
Tot slot stelt zij dat de Commissie noch op grond van verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad, noch op grond van de rechtspraak van het Hof, automatisch mag oordelen dat verzoekster betrokken was bij overlading van het betrokken product uit China.
2.
Tweede middel: de Commissie heeft artikel 13, lid 2, van verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (geconsolideerde versie) geschonden door rechtens en feitelijk het bestaan van assemblage door verzoekster kennelijk onjuist te beoordelen en door haar zorgvuldigheidsplicht niet na te komen.
—
Verzoekster stelt dat de Commissie de situatie had moeten beoordelen op basis van de informatie en feitelijke gegevens die verzoekster had verstrekt. Volgens haar mag geen beroep worden gedaan op referentiewaarden van derden indien feitelijke gegevens een redelijke en gerechtvaardigde verklaring bieden.
—
Voorts stelt verzoekster dat de Commissie de verplichting om verzoeksters productiekosten correct te begroten ook niet is nagekomen door de onderdelen die werden gebruikt voor verzoeksters eerste verkoop op de markt van de Europese Unie te herkwalificeren als van oorsprong uit China, hoewel zij uit Vietnam afkomstig waren. De Commissie is aldus ook haar zorgvuldigheidsplicht niet nagekomen.
—
Daarnaast betoogt verzoekster dat de Commissie de energie- en huurkosten verkeerd heeft berekend door deze kosten ten onrechte toe te wijzen aan de hand van verschillende factoren. De Commissie heeft blijk gegeven van dezelfde foutieve berekening bij de vaststelling dat de onderneming in het referentietijdvak 13 % van haar productiecapaciteit benutte.
—
Tot slot voert verzoekster aan dat de Commissie heeft geweigerd afschrijvingskosten voor de vaste activa in aanmerking te nemen, hoewel zij bewijs heeft overgelegd dat zij de aandeelhouder van de onderneming had vergoed.
3.
Derde middel: de Commissie heeft in strijd met artikel 18, lid 3, van verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (geconsolideerde versie) onvoldoende gewicht toegekend aan de informatie en gegevens die verzoekster in antwoord op de definitieve mededeling van feiten en overwegingen heeft ingediend.
—
Verzoekster stelt dat de omstandigheid dat de Commissie de bijkomende informatie die verzoekster heeft verstrekt niet in aanmerking heeft genomen, aantoont dat aan deze informatie niet het nodige gewicht is toegekend.
—
Volgens verzoekster waren haar bijkomende informatie en haar bijkomende bewijs ter weerlegging van de vaststelling door de Commissie dat er sprake was van overlading, afkomstig van verschillende, onafhankelijke bronnen.
—
Tot slot had de Commissie volgens verzoekster, gezien het ontbreken van bewijs of aanwijzingen dat de frames van oorsprong uit China waren, moeten oordelen dat het meeste bewijs erop wees dat de frames van oorsprong uit Vietnam waren.
Full & Egal Universal Law Academy