5.10.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 328/34
Beroep ingesteld op 17 augustus 2015 — GGP Italy/Commissie
(Zaak T-474/15)
(2015/C 328/31)
Procestaal: Italiaans
Partijen
Verzoekende partij: Global Garden Products Italy SpA (GGP Italy) (Castelfranco Veneto, Italië) (vertegenwoordigers: A. Villani, L. D’Amario en M. Caccialanza, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
uitvoeringsbesluit (EU) 2015/902 van de Commissie van 10 juni 2015, bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie van 12 juni 2015, nietig verklaren;
—
elke verdere maatregel treffen die wenselijk wordt geoordeeld, en
—
de Commissie verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Dit beroep strekt tot nietigverklaring van uitvoeringsbesluit (EU) 2015/902 van de Commissie van 10 juni 2015 (PB L 147, blz. 22), waarbij de Commissie heeft vastgesteld dat een beperkende maatregel die Letland overeenkomstig artikel 11 van richtlijn 2006/42/EG van het Europees Parlement en de Raad heeft getroffen met betrekking tot een door verzoekster vervaardigde grasmaaier, gerechtvaardigd is.
Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekster twee middelen aan.
1.
Schending van artikel 20 van richtlijn 2006/42/EG, volgens hetwelk iedere krachtens deze richtlijn getroffen beperkende maatregel „nauwkeurig met redenen wordt omkleed” en „zo spoedig mogelijk aan de belanghebbende [wordt] meegedeeld met vermelding van de rechtsmiddelen die hem volgens de in de betrokken lidstaat geldende wetgeving ter beschikking staan, alsmede de termijnen welke voor die rechtsmiddelen gelden”.
—
Verzoekster klaagt dienaangaande dat de beperkende maatregel die de Letse autoriteiten jegens haar hebben getroffen, haar nooit ter kennis is gebracht, en dat het bestreden besluit bijgevolg een maatregel als gerechtvaardigd heeft aangemerkt die een ernstige inbreuk vormt op haar recht van verweer en die is genomen na een procedure die afwijkt van de gebruikelijke procedure en waarin onder meer uit formeel oogpunt ernstige onregelmatigheden zijn begaan.
2.
Schending van de bepalingen van richtlijn 2006/42/EG inzake de verplichting tot naleving van de essentiële veiligheidseisen (artikel 5, lid 1), het vrije verkeer van de machines (artikel 6, lid 1), het vermoeden van overeenstemming met de geharmoniseerde normen (artikel 7) en de vrijwaringsclausule, die door iedere lidstaat kan worden toegepast (artikel 11).
—
In dit verband stelt verzoekster dat de Commissie de door Letland genomen beperkende maatregel ten onrechte als gerechtvaardigd heeft aangemerkt. De Letse autoriteiten hebben namelijk aangevoerd dat de grasmaaier Stiga Collector 35 EL C350 297352654/S13 niet voldoet aan de gezondheids- en veiligheidseisen van bijlage I bij richtlijn 2006/42/EG op grond dat hij niet in overeenstemming is met de geharmoniseerde norm EN 60335-2-77:2010. Op het ogenblik waarop de betrokken machine door verzoekster is vervaardigd en in de handel gebracht, was die norm, die de meest geëvolueerde is, echter nog niet bindend als de enige norm op basis waarvan een machine kan worden geacht in overeenstemming te zijn met de gezondheids- en veiligheidseisen, aangezien tijdens de bij die norm zelf bepaalde overgangsperiode ook de vorige norm EN 60335-2-77:2006, waaraan de betrokken machine voldeed, nog van toepassing was.
Full & Egal Universal Law Academy