26.10.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 354/51
Hogere voorziening ingesteld op 7 september 2015 door Filip Mikulik tegen het arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken van 25 juni 2015 in zaak F-67/14, Mikulik/Raad
(Zaak T-520/15 P)
(2015/C 354/62)
Procestaal: Frans
Partijen
Rekwirerende partij: Filip Mikulik (Praag, Tsjechische Republiek) (vertegenwoordiger: M. Velardo, advocaat)
Andere partij in de procedure: Raad van de Europese Unie
Conclusies
De rekwirerende partij verzoekt het Gerecht:
—
het op 25 juni 2015 gewezen arrest in zaak F-67/14, Filip Mikulik/Raad van de Europese Unie, te vernietigen en de zaak zelf af te doen;
—
subsidiair, de zaak terug te verwijzen naar het Gerecht voor ambtenarenzaken;
—
de Raad te verwijzen in de kosten van de twee instanties.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van de hogere voorziening voert de rekwirerende partij acht middelen aan.
1.
Eerste middel: schending van het Unierecht en van hogere rechtsbeginselen, zoals het beginsel van behoorlijk bestuur en het beginsel van gelijke behandeling, aangezien de Gids voor de beoordeling, die algemene uitvoeringsbepalingen bevat voor de beoordeling, niet bij analogie van toepassing is op de procedure voor de beoordeling van de prestaties van een ambtenaar op proef bij zijn benoeming.
2.
Tweede middel: verdraaiing van de feiten en de bewijsmiddelen, aangezien het Gerecht voor ambtenarenzaken (hierna: „GVA”) van mening was dat het standpunt van de derde vennootschap, waarvan een consultant betrokken was bij de procedure van beoordeling van de ambtenaar, niet was geconsolideerd binnen de Raad.
3.
Derde middel: schending van het Unierecht en met name van de rechtspraak inzake artikel 34 van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie (hierna: „Statuut”) en van de zorgplicht, aangezien het GVA van mening was dat de stage en de beoordeling onder normale omstandigheden waren verlopen, hoewel de rekwirant was begeleid en beoordeeld door externe consultants en niet het voordeel van de mentoring heeft kunnen genieten.
4.
Vierde middel: schending van het beginsel van gelijke behandeling, aangezien de Raad in de onderhavige zaak niet de in de interne richtlijnen voorziene regels inzake mentoring heeft toegepast.
5.
Vijfde middel: verdraaiing van de feiten en de bewijsmiddelen, aangezien het GVA van mening was dat het bij mentoring en micromanagement op basis van de interne richtlijnen niet om twee verschillende begrippen ging.
6.
Zesde middel: schending van het Unierecht en met name van artikel 34 van het Statuut, aangezien het GVA van mening was dat het uitblijven van verzending van het eerste advies aan de hiërarchie niet in strijd was met dat artikel.
7.
Zevende middel: verdraaiing van de feiten en de bewijsmiddelen, aangezien het GVA niet was nagegaan of het advies van het comité voor de rapporten tijdig was verzonden aan de hiërarchie.
8.
Achtste middel: schending van artikel 34 van het Statuut, aangezien het GVA van mening was dat het zich niet in de plaats kon stellen van de instelling bij de beoordeling van de prestaties van rekwirant.
Full & Egal Universal Law Academy