9.11.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 371/34
Beroep ingesteld op 7 september 2015 — NICO/Raad
(Zaak T-524/15)
(2015/C 371/35)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: Naftiran Intertrade Co. (NICO) Sàrl (Pully, Zwitserland) (vertegenwoordigers: J. Grayston, P. Gjørtler, G. Pandey en D. Rovetta, advocaten)
Verwerende partij: Raad van de Europese Unie
Conclusies
—
De Raad bij wege van maatregel tot organisatie van de procesgang gelasten de volledige bijlage 1 bij document 7228/14 EXT 1 van 23 januari 2015 betreffende NOTA I/A-PUNT van het secretariaat-generaal van de Raad aan het Comité van permanente vertegenwoordigers en elk ander document dat betrekking heeft op verzoekster openbaar te maken;
—
het besluit van de Raad in de brief van 26 juni 2015 aan verzoeksters advocaten betreffende herziening van de lijst van aangewezen personen en entiteiten in bijlage II bij besluit 2010/413/GBVB (1) van de Raad betreffende beperkende maatregelen tegen Iran, zoals gewijzigd bij besluit 2012/635/GBVB van de Raad van 15 oktober 2012, en in bijlage IX bij verordening (EU) nr. 267/2012 (2) van de Raad betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van Iran, zoals uitgevoerd bij uitvoeringsverordening (EU) nr. 945/2012 van de Raad van 15 oktober 2012, nietig verklaren, voor zover daarbij wordt geweigerd verzoeksters naam te verwijderen van de lijst van personen en entiteiten voor wie beperkende maatregelen gelden;
—
de Raad verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekster vier middelen aan.
1.
Eerste middel: schending van het recht van verweer en het recht om te worden gehoord, van artikel 41 van het Handvest van de grondrechten en van het beginsel van behoorlijk bestuur
—
Tijdens de herzieningsprocedure werd aan verzoekster enkel meegedeeld dat de Raad reeds een negatief besluit ten aanzien van haar had vastgesteld. Zij heeft niet de mogelijkheid gekregen te reageren en gebruik te maken van haar recht van verweer. Zij kreeg enkel een termijn waarbinnen zij opmerkingen kon maken waarmee geen rekening werd gehouden vóór de beslissing, maar die de Raad zal onderzoeken in een afzonderlijke, toekomstige administratieve procedure voor schrapping van de lijst.
2.
Tweede middel: ontoereikende motivering
—
De motivering van het herzieningsbesluit stelt verzoekster niet in staat te begrijpen waarom haar administratief verzoek tot schrapping van de lijst is afgewezen.
3.
Derde middel: kennelijke beoordelingsfout en schending van wezenlijke procedurele en materiële voorschriften
—
De Raad heeft zich duidelijk gebaseerd op documenten en bewijs uit eerdere fases van de administratieve procedure om het bestreden besluit te rechtvaardigen.
4.
Vierde middel: schending van wezenlijke procedurele en materiële voorschriften, schending van artikel 41 van het Handvest van de grondrechten, en onbevoegdheid van de persoon die het bestreden besluit heeft ondertekend
—
De bestreden brief van de Raad van 26 juni 2015, die het besluit bevat om verzoekster niet van de lijst te schrappen, beantwoordt niet aan de vormvoorschriften. Uit deze vormfouten van de betrokken handeling vloeit ook een materieelrechtelijke schending van verzoeksters rechten voort.
(1) Besluit van de Raad van 26 juli 2010 betreffende beperkende maatregelen tegen Iran en tot intrekking van gemeenschappelijk standpunt 2007/140/GBVB (PB L 195, blz. 39).
(2) Verordening (EU) nr. 267/2012 van de Raad van 23 maart 2012 betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van Iran en tot intrekking van verordening (EU) nr. 961/2010 (PB L 88, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy