21.12.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 429/28
Beroep ingesteld op 22 oktober 2015 — CEVA/Commissie
(Zaak T-601/15)
(2015/C 429/36)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: Centre d’étude et de valorisation des algues SA (CEVA) (Pleubian, Frankrijk) (vertegenwoordiger: E. De Boissieu, advocaat)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
de Commissie veroordelen om CEVA 59 103,21 EUR te betalen overeenkomstig de Grant Agreement;
—
de Commissie verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Met het onderhavige beroep vordert verzoekster dat de Commissie wordt veroordeeld tot betaling van de eerste termijn van de financiële bijdrage die is toegekend ter uitvoering van het contract SEABIOPLAS en van de subsidieovereenkomst erbij („Grant Agreement”), betreffende een project voor onderzoek en technologische ontwikkeling op het gebied „Algen afkomstig uit duurzame aquacultuur als grondstof voor biologisch afbreekbare biokunststoffen”, na een ambtshalve verrekening van hetzelfde bedrag die door haar was toegepast uit hoofde van de inning, op basis van de conclusies van een financiële audit van OLAF, van de in het kader van het contract PROTOP aan verzoekster betaalde bedragen.
Tot staving van haar beroep voert verzoekster in wezen één middel aan, betreffende fouten van de Commissie die van invloed zijn op de inning, middels verrekening van schuldvorderingen, van de door de Commissie aan verzoekster betaalde sommen. Verzoekster betoogt in dit verband in wezen dat de voorwaarden voor verrekening niet zijn vervuld. Om te beginnen is de schuldvordering van de Commissie op verzoekster zeker noch invorderbaar. Vervolgens heeft de Commissie de artikelen 87, lid 2, betreffende inning door middel van verrekening, en 88, betreffende inning bij uitblijven van vrijwillige betaling, van gedelegeerde verordening (EU) nr. 1268/2012 van de Commissie van 29 oktober 2012 houdende uitvoeringsvoorschriften voor verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, niet in acht genomen. Ten slotte betoogt verzoekster dat de Commissie jegens haar geen contractuele vordering heeft. Subsidiair, voor het geval het Gerecht mocht oordelen dat de verrekening gegrond is, betoogt verzoekster dat de volledige terugbetaling van alle subsidie die zij heeft ontvangen, indruist tegen het evenredigheidsbeginsel en een ongerechtvaardigde verrijking van de Commissie vormt.
Full & Egal Universal Law Academy