18.1.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 16/45
Beroep ingesteld op 6 november 2015 — European Food e.a./Commissie
(Zaak T-624/15)
(2016/C 016/54)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partijen: European Food SA (Drăgăneşti, Roemenië), Starmill Srl (Drăgăneşti), Multipack Srl (Drăgăneşti), Scandic Distilleries SA (Bihor, Roemenië) (vertegenwoordigers: K. Struckmann, advocaat, G. Forwood, barrister, en A. Kadri, solicitor)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
besluit (EU) 2015/1470 van de Commissie van 30 maart 2015 betreffende steunmaatregel SA.38517 (2014/C) (ex 2014/NN), ten uitvoer gelegd door Roemenië [arbitraal vonnis Micula/Roemenië van 11 december 2013 (kennisgeving geschied onder nummer C(2015) 2112)] (PB 2015 L 232, blz. 43) nietig verklaren;
—
subsidiair, het bestreden besluit nietig verklaren voor zover het a) betrekking heeft op elk der verzoekende partijen, b) Roemenië ervan weerhoudt aan het vonnis gehoor te geven, c) Roemenië veroordeelt tot terugvordering van alle onverenigbare steun, d) alle verzoekende partijen hoofdelijk aansprakelijk stelt voor terugbetaling van steun die door eender welke van de in artikel 2, lid 2, van het bestreden besluit geïdentificeerde entiteiten is ontvangen.
—
de Commissie verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van hun beroep voeren de verzoekende partijen acht middelen aan.
1.
Eerste middel: het bestreden besluit is onjuist, omdat het artikel 351 VWEU en algemene rechtsbeginselen niet naar behoren op onderhavige zaak heeft toegepast.
2.
Tweede middel: in het bestreden besluit is ten onrechte geconcludeerd dat de maatregel in kwestie aan de verzoekende partijen een voordeel verleende, in het bijzonder door het tijdstip waarop het vermeende voordeel was verleend onjuist te beoordelen, of subsidair door vast te stellen dat het betalen van schadevergoeding een voordeel vormt.
3.
Derde middel: in het bestreden besluit is ten onrechte geconcludeerd dat de maatregel in kwestie aan de Roemeense Staat moest worden toegeschreven.
4.
Vierde middel: het bestreden besluit heeft de verenigbaarheid van de vermeende steunmaatregel onjuist beoordeeld.
5.
Vijfde middel: het bestreden besluit heeft de begunstigden van de vermeende steun onjuist geïdentificeerd zonder dat te motiveren, in het bijzonder door de natuurlijke en rechtspersonen te identificeren waaruit de vermeende begunstigde onderneming bestaat.
6.
Zesde middel: het bestreden besluit heeft blijkgegeven van een onjuiste rechtsopvatting en heeft zijn bevoegdheden overschreden door terugvordering van de vermeende steun te gelasten.
7.
Zevende middel: het bestreden besluit schendt het beginsel van bescherming van het gewettigd vertrouwen.
8.
Achtste middel: het bestreden besluit schendt wezenlijke vormvoorschriften, in het bijzonder het recht om te worden gehoord, artikel 108, lid 3, VWEU en artikel 6, lid 1, van verordening 659/1999 (1).
(1) Verordening (EG) nr. 659/1999 van de Raad van 22 maart 1999 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 93 van het EG-Verdrag (PB L 83, blz. 1, zoals gewijzigd).
Full & Egal Universal Law Academy