15.2.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 59/21
Beroep ingesteld op 10 november 2015 — Scandlines Danmark en Scandlines Duitsland/Commissie
(Zaak T-630/15)
(2016/C 059/24)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partijen: Scandlines Danmark ApS (Kopenhagen, Denemarken), Scandlines Deutschland GmbH (Hamburg, Duitsland) (vertegenwoordiger: L. Sandberg-Mørch, advocaat)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
ontvankelijk- en gegrondverklaring van de vordering;
—
nietigverklaring van het besluit van de Europese Commissie van 23 juli 2015 inzake staatssteun SA.39078 (2014/N) (Denemarken) tot financiering van het Fehmarn Belt Fixed Link project; en
—
verwijzing van de Commissie in verzoeksters’ kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Verzoeksters baseren hun beroep op vier middelen:
1.
Eerste middel: abusievelijke vaststelling door de Commissie dat de aan Femern A/S voor verbindingen van het Deense spoorhinterland verleende financiering geen staatssteun in de zin van artikel 107, lid 1, VWEU vormt.
2.
Tweede middel: abusievelijke vaststelling door de Commissie dat de aan Femern A/S voor de Fixed Link verleende steun verenigbaar is met de interne markt krachtens artikel 107, lid 1, VWEU. De Commissie paste het recht verkeerd toe en maakte een kennelijk onjuiste beoordeling door vast te stellen dat het Fehmarn Belt Fixed Link project van algemeen Europees belang was en dat de steun noodzakelijk en evenredig was. Een verdere verkeerde toepassing van het recht en kennelijk onjuiste beoordeling door de Commissie betroffen het voorkomen van ongerechtvaardigde mededingingsverstoringen en de afwegingstoets alsook het gebruik van staatsgaranties.
3.
Derde middel: niet-nakoming door de Commissie van haar verplichting om een formele onderzoeksprocedure in te leiden. Volgens verzoeksters is er bewijs van ernstige moeilijkheden inzake de duur en de omstandigheden van de procedure van onderzoek vooraf. Bovendien, aldus verzoeksters, was er onvoldoende en onvolledig onderzocht betreffende de aan Femern A/S voor de verbindingen van het Deense spoorhinterland verleende financiering, het gemeenschappelijke Europese belang van het Fehmarn Belt Fixed Link project, de noodzaak en evenredigheid van de steun en ten slotte het voorkomen van ongerechtvaardigde mededingingsverstoringen en de afwegingstoets.
4.
Vierde middel: niet-nakoming door de Commissie van haar motiveringsplicht. De Commissie verzuimde te motiveren inzake de verbindingen van het Deense spoorhinterland, het gemeenschappelijke Europese belang van het Fehmarn Belt Fixed Link project, de noodzakelijkheid en evenredigheid van steun en ten slotte de ongerechtvaardigde mededingingsverstoringen en de afwegingstoets.
Full & Egal Universal Law Academy