15.2.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 59/26
Hogere voorziening ingesteld op 27 november 2015 door Roderich Weissenfels tegen het arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken van 24 september 2015 in zaak F-92/14, Weissenfels/Parlement
(Zaak T-684/15 P)
(2016/C 059/28)
Procestaal: Duits
Partijen
Rekwirerende partij: Roderich Weissenfels (Freiburg, Duitsland) (vertegenwoordiger: G. Maximini, advocaat)
Andere partij in de procedure: Europees Parlement
Conclusies
De rekwirerende partij verzoekt het Gerecht:
—
het arrest te vernietigen;
—
de in eerste aanleg ingediende vorderingen toe te wijzen;
—
dientengevolge, het Parlement te veroordelen tot betaling van de gevorderde vergoeding voor de immateriële schade alsmede het te verwijzen in de kosten van de beide procedures, met inbegrip van die van de precontentieuze procedure en alle noodzakelijke kosten en uitgaven die rekwirant heeft gemaakt.
Middelen en voornaamste argumenten
Deze onderhavige hogere voorziening strekt tot vernietiging van het arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken van 24 september 2015, Weissenfels/Parlement (F-92/14, JurAmbt., EU:F:2015:110).
Ter ondersteuning van de hogere voorziening voert de rekwirerende partij vier middelen aan.
1.
Eerste middel, ontleend aan schending van het gebod van onpartijdigheid (artikel 47, lid 2, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie)
Rekwirant betoogt dat zowel de procedure die tot het bestreden arrest heeft geleid als het arrest zelf worden gekenmerkt door herhaalde schendingen van het gebod van onpartijdigheid. Deze bestaan zowel in gebeurtenissen van ondergeschikt belang als in rechtsschendingen die van belang waren voor de beslissing.
2.
Tweede middel, ontleend aan een rechtsweigering, schending van de logica en verkeerde opvatting van de feiten voor wat betreft de weigering om na te gaan of was voldaan aan de voorwaarden voor een strafbaar feit
3.
Derde middel, ontleend aan schending van de logica, verkeerde opvatting van de feiten en een kennelijk onjuiste inschatting van de in de e-mail van 10 april 2002 opgenomen tegenstrijdige en onjuiste bewering
4.
Vierde middel, ontleend aan een verkeerde opvatting van de feiten en van het voorwerp van het geding, schending van de logica, miskenning van het recht en schending van het recht voor wat betreft het doorgeven van rekwirants persoonsgegevens
Full & Egal Universal Law Academy