22.2.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 68/33
Beroep ingesteld op 11 december 2015 — Chemtura Netherlands/EFSA
(Zaak T-725/15)
(2016/C 068/43)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: Chemtura Netherlands (Amsterdam, Nederland) (vertegenwoordigers: C. Mereu en K. Van Maldegem, advocaten)
Verwerende partij: Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid
Conclusies
—
de vordering ontvankelijk en gegrond verklaren;
—
het besluit nietig verklaren van de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (hierna: „EFSA”) van 10 december 2015 betreffende de openbaarmaking van bepaalde onderdelen van de conclusies van EFSA inzake de collegiale toetsing van de herziening van de goedkeuring van de werkzame stof diflubenzuron met betrekking tot de metaboliet PCA, waarvan verzoekende partij de vertrouwelijke behandeling had aangevraagd ingevolge verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (PB 2009 L 309, blz. 1), en
—
verwerende partij verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekende partij vijf middelen aan.
1.
Eerste middel: schending van verordening 1107/2009 en het grondrecht van de bescherming van bedrijfsgeheimen
—
Verzoekende partij betwist de rechtsgrondslag op basis waarvan verwerende partij heeft geoordeeld dat zij de plicht had haar conclusies openbaar te maken. Zelfs als de openbaarmaking van de conclusies van EFSA op grond van artikel 21 van verordening 1107/2009 legitiem was, heeft verwerende partij artikel 63 van verordening 1107/2009 geschonden door vertrouwelijke informatie openbaar te maken.
2.
Tweede middel: kennelijke beoordelingsfout
—
Verzoekende partij voert aan dat verwerende partij haar besluit heeft gebaseerd op een onjuist begrip van de feiten en de daarmee verband houdende wetenschap, hetgeen heeft geleid tot een kennelijke beoordelingsfout met betrekking tot de verzoeken om een vertrouwelijke behandeling.
3.
Derde middel: schending van de basisbeginselen van het Unierecht: het recht van verdediging en het beginsel van goed bestuur
—
Verzoekende partij werd niet in de gelegenheid gesteld om opmerkingen in te dienen met betrekking tot de stukken waarop de conclusies van EFSA zijn gebaseerd.
4.
Vierde middel: schending van de plichten van EFSA zelf
—
Verwerende partij heeft haar beoordeling niet gebaseerd op al het beschikbare wetenschappelijke bewijs, terwijl zij verplicht is werk van de hoogste wetenschappelijke kwaliteit te produceren.
5.
Vijfde middel: schending van het gewettigd vertrouwen
—
Verzoekende partij voert lopende discussies met de Commissie en uit briefwisseling van de Commissie komt naar voren dat verzoekende partij als deel van de herzieningsprocedure van de Commissie in de gelegenheid zou worden gesteld om opmerkingen in te dienen met betrekking tot de conclusies van EFSA. Met de opmerkingen van verzoekende partij zou vóór het openbaar maken van de conclusies van EFSA rekening moeten worden gehouden.
Full & Egal Universal Law Academy