22.2.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 68/39
Beroep ingesteld op 21 december 2015 — Nausicaa Anadyomène en Banque d’Escompte/ECB
(Zaak T-749/15)
(2016/C 068/49)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partijen: Nausicaa Anadyomène SAS (Parijs, Frankrijk) en Banque d’Escompte (Parijs) (vertegenwoordigers: S. Rodrigues en A. Tymen, advocaten)
Verwerende partij: Europese Centrale Bank (ECB)
Conclusies
—
het beroep ontvankelijk en gegrond verklaren;
en bijgevolg:
—
oordelen dat verweerster krachtens artikel 340 VWEU aansprakelijk is voor de onrechtmatige daden die zij in het kader van haar monetaire beleid met betrekking tot de Griekse schuldbewijzen heeft begaan;
—
verweerster gelasten de geleden schade te vergoeden, die voor Nausicaa is begroot op 10 901 448,38 EUR — onverminderd eventuele latere vermeerdering — en voor Banque d’Escompte op 239 058,84 EUR;
—
hoe dan ook, verweerster verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Tot staving van hun beroep voeren verzoeksters twee middelen aan.
1.
Met hun eerste middel betogen zij dat de ECB voldoende gekwalificeerde schendingen heeft begaan. Dit middel valt uiteen in drie onderdelen:
—
de ECB heeft het rechtszekerheids- en het vertrouwensbeginsel geschonden;
—
de ECB heeft het gelijkheids- en non-discriminatiebeginsel en de artikelen 20 en 21 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: „Handvest”) geschonden;
—
de ECB heeft het beginsel van behoorlijk bestuur, artikel 41 van het Handvest en de zorgvuldigheidsplicht geschonden.
2.
Het tweede middel betreft de door verzoeksters geleden schade en het oorzakelijk verband tussen de onrechtmatige gedraging van de ECB en deze schade.
Full & Egal Universal Law Academy